Grootste objectieve website voor
 complementaire en alternatieve geneeskunde

IOCOB

Home > Geen categorie > Jan Keppel Hesselink

Jan Keppel Hesselink

Share |

Prof. Dr. Jan M. Keppel Hesselink, arts-farmacoloog en medisch bioloog

kh.jpg

Keppel Hesselink studeerde cum laude af als bioloog aan de Universiteit van Utrecht, en hij rondde aan die universiteit tevens zijn medische opleiding af. Hij is BIG geregistreerd arts, geregistreerd natuurarts, hypnotherapeut en acupuncturist.

Hij vervolgde zijn scholing met het succesvol afronden van een opleiding tot ziekenhuisdirecteur, bij het Nederlands Ziekenhuisinstituut. 

Keppel Hesselink werkte een drietal jaren als arts in de academische kliniek voor neurologie in Utrecht. Hij promoveerde aan de Universiteit van Nijmegen op een neurologisch onderwerp (de ziekte van Parkinson) en deed onderzoek naar het ontstaan van vele neurologische en neuromusculaire ziektebeelden. Hij publiceerde tevens een toonaangevend boek over de geschiedenis van deze bijzondere stoornissen (Beelden in de Mist’, Erasmus publishing, Rotterdam). Ook schreef hij meer dan honderd artikelen over neurologie, psychiatrie, onderzoeksmethodologie, hypnotherapie, farmacologie, acupunctuur en filosofie.

Na zijn academische loopbaan stapte hij over naar de farmaceutische industrie om geneesmiddelenonderzoek op te zetten. Vele jaren werkte hij als internationaal onderzoeksdirecteur (international clinical project manager) en Vice-President (head development and strategic marketing, alsmede hoofd businessunit CNS) bij een groot geneesmiddelenconcern (Bayer) aan de wereldwijde ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen voor psychiatrische aandoeningen zoals depressies, schizofrenie, angsten, alsmede voor neurologische aandoeningen zoals het cerebrovasculair accident (beroerte), MS, polyneuropathie en hersenletsel.

Voorts was hij internationaal adviseur op het gebied van de ontwikkeling van geneesmiddelen op basis van Cannabis voor chronische pijnen en spasmes bij MS. Op basis van zijn expertise werd een internationale studie begonnen naar de effecten van Cannabis bij MS. Daarnaast was hij promotor bij een promotie over de medicinale werking van Cannabis aan de universiteit van Witten/Herdecke en nam recent (2010-2011) zitting in een promotiecommissie m.b.t. de medicinale werking van de Braziliaanse ayahuasca.

Wegens zijn grote verdienste en expertise op dit gebied van geneesmiddelen ontwikkeling, werd hij door de Faculty of Pharmaceutical Medicine of the Royal Colleges of Physicians of the United Kingdom benoemd tot Fellow of the Faculty of Pharmaceutical Medicine (FFPM). 

Hij werkt verder als coach en trainer voor executive managers en was ook als zodanig werkzaam bij het European Centre for Servant Leadership. Ook was hij directeur van een kennisinstelling (Licentec) en CEO van het AIDS onderzoeksinstituut van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam (IATEC/NATEC). Hij adviseerde enkele jaren de KNAW op het gebied van wetenschapsmanagement. Hij was medeoprichter en bestuurslid van de Vereniging voor Geneeskunde en Filosofie.

In Duitsland ontwikkelde hij in een periode van 3 jaar aan de Universiteit van Witten/Herdecke de blauwdruk van de post-doc opleiding Pharmaceutical Medicine. Naar aanleiding daarvan en op basis van zijn praktische kennis van geneesmiddelenontwikkeling werd hij in 1996 benoemd als buitengewoon hoogleraar moleculaire farmacologie, aan de Universiteit van Witten/Herdecke in Duitsland. Hij adviseerde lange tijd de redactie van het Journal of Human Psychopharmacology. Daarnaast is hij consulent voor R&D i.v.m. geneesmiddelenontwikkeling en biotechnologie voor investeerders, bedrijven en universitaire kennisinstellingen.

Hij heeft diverse nevenfuncties, waaronder redactie-adviseur van 'Complementary Therapies in Medicine'. Hij was van 2005-2009 lid van de Commissie Complementaire Behandelvormen van ZonMW die het ministerie van WVC adviseerde over onderzoek en onderwijs op dit gebied. Hij is docent aan de Interuniversitaire Comenius leergang. Tevens is hij senior advisor voor LIfe Science Partners.  

In het voorjaar 2008 verscheen het boek dat hij samen met zijn collega David Kopsky schreef, Met het oog op de Naald, Acupunctuur en het fundament van de geneeskunde, uitgegeven door Ankh Hermes. 

Samen met zijn collega David Kopsky heeft hij in 2009 het expertisecentrum voor behandeling van neuropathie opgericht om zinvolle consulten en behandelingen te bieden aan patienten met neuropatische pijnen en syndromen. Hand in hand daarmee ontwikkelden ze een nieuw behandelconcept en een nieuwe informatieve website voor patienten met neuropathische problemen. Daarnaast richten Keppel Hesselink zich op de ontwikkeling van nieuwe pijnstillende en bijwerkinsarme medicinale creme's, waar er anno 2012 8 van ontwikkeld zijn. Deze creme's zijn uitvoerig besproken op de site www.stopdepijn.com


 

En tenslotte het gesproken CV van Jan Keppel Hesselink


 

Berichten

  1. Th.Leene zegt:

    Het wil mij maar niet lukken een goede therapie te vinden voor de behandeling van candida. Weet U adressen hiervoor ?

  2. What's up doc zegt:

    @Th. Leene
    miconazol, terbinafine of nystatine indien dit niet helpt, fluconazol tabletten.

  3. Iny Ligthart zegt:

    captcha

    ]]>

  4. Dennis Dorrepaal zegt:

    captcha

    ]]>

  5. Joop Fiedler zegt:

    Hallo, een patient van mij heeft al 17 jaar neuropatische pijnen, maar na een keelontsteking en antibioticakuur zijn de pijnen extreem verergert en willen niet verminderen, ook niet met electroacupunctuur of medicatie. Zou ik deze persoon bij jullie kunnen laten onderzoeken zodat jullie advies voor behandeling kunnen geven en zo ja hoe doen jullie dat met kosten en is het declareerbaar??
    graag hoor ik van jullie,
    vriendelijke groeten
    Joop Fiedler

  6. Anita zegt:

    Hallo IOCOB,

    De informatie op jullie site over Reiki is dringend aan een update toe. De onderzoeken zijn hopeloos oud terwijl er zoveel nieuw onderzoek beschikbaar is.
    Hieronder een aantal nieuwe inzichten; als bron is veel gebruik gemaakt van PubMed en nursingcenter.com. Ik hoop dat een van jullie de moeite neemt om het item Reiki op basis hiervan aan te passen.

    W. Wetzel (Reiki Healing: A Physiologic Perspective. Journal of Holistic Nursing 7(1), 47-54), gepubliceerd in 1989. Zij onderzocht de hemoglobine en hematocriet niveaus van achtenveertig volwassenen die reiki I hadden gedaan en vergeleek de uitkomsten met een controlegroep van tien personen: ‘Findings were analyzed through the use of a t-test and revealed a statistically significant change between the pre- and post-training hemoglobin and hematocrit levels of the participants at the p >0.01 level. The comparable control group, not experiencing the training, demonstrated no change
    within an identical time frame. Implications for nursing are discussed. Further research is necessary to clarify the physiologic effects of touch healing.
    CONCLUSIONS: This study documented one measurable physiologic effect of Reiki. The data lend support to the basic premise of energy transmission between individuals for the purposes of healing, balancing, and increasing wellness.’

    S. Vaughan onderzocht het effect van reiki op het centrale zenuwstelsel (Autonomous Nervous System, ANS) en ontdekte duidelijke aanwijzingen dat de bloeddruk (diastolic blood pressure) afnam door reiki (1995).
    K. Olson en J. Hanson concludeerden in 1997 een zeer significante afname
    van de pijn na het doorgeven van reiki aan mensen uit de testgroep:
    ‘The purpose of this study was to explore the usefulness of Reiki as an adjuvant to opioid therapy in the management of pain. Since no studies in this area could be found, a pilot study was carried out involving 20 volunteers experiencing pain at 55 sites for a variety of reasons, including cancer. All Reiki treatments were provided by a certified second-degree Reiki therapist. Pain was measured using both a visual analogue scale (VAS) and a Likert scale immediately before and after the Reiki treatment. Both instruments showed a highly significant (p < 0.0001) reduction in pain following the Reiki treatment.'

    A. Evanoff en W.P. Newton concludeerden in 1999 dat energetische therapieën ervoor zorgden dat de kniepijn van osteoarthritis-patiënten significant afnam (N. Mackay en O. Mc.Farlane, 2005).

    D.W. Wardell en J. Engebretson stellen in 2001 met betrekking tot stressreductie, dat na een reikibehandeling bij proefpersonen de 'anxiety' significant afnam, net als de bloeddruk (SBP): 'Comparing before and after measures, anxiety was significantly reduced, t(22)=2.45, P=0.02. Salivary IgA levels rose significantly, t(19)=2.33, P=0.03, however, salivary cortisol was not statistically significant. There was a significant drop in systolic blood pressure (SBP), F(2,44)=6.60, P < 0.01. Skin temperature increased and electromyograph (EMG) decreased during the
    treatment, but before and after differences were not significant.
    CONCLUSIONS: These findings suggest both biochemical and physiological changes in the direction of relaxation. The salivary IgA findings warrant further study to explore the effects of human TT and humeral immune function.'

    In 2004 deden N. Mackay, S. Hansen en O. McFarlane onderzoek naar het effect van reiki op het zenuwstelsel. Ze schrijven:
    'Quantitative measures of autonomic nervous system function such as heart rate, cardiac vagal tone, blood pressure, cardiac sensitivity to baroreflex, and breathing activity were recorded continuously for each heartbeat. Values during and after the treatment period were compared with baseline data.
    RESULTS: Heart rate and diastolic blood pressure decreased significantly in the Reiki group compared to both placebo and control groups.'
    De onderzoekers tekenen daarbij aan: 'The study indicates that Reiki has some effect on the autonomic nervous system. However, this was a pilot study with relatively few subjects and the changes were relatively small. The results justify further, larger studies to look at the biological effects of Reiki treatment.'

    B. Rubik, A.J. Brooks en G.E. Schwartz deden in 2006 onderzoek naar het helende effect van reiki. Ze hebben dat vastgelegd door te kijken naar het effect op bacteriekweken (‘heat shocked bacteria’). Ze concluderen dat reiki zorgt voor snellere groei van de bacteriën en des te meer als beoefenaren zich beter voelen.

    (In 2000 is overigens een min of meer vergelijkbaar onderzoek uitgevoerd door K.Z. Jiang, Q. Zheng en B.H. Tang met de titel: ‘The strengthening effect of the biofield of seedlings of wheat and other plants on human immune system’. Helaas is van dit Chinese artikel geen samenvatting beschikbaar.)

    Rubik, Brooks en Schwartz schrijven in 2006:
    'In the healing context, the Reiki treated cultures overall exhibited significantly more bacteria than controls (p < 0.05). Practitioner social (p < 0.013) and emotional well-being (p < 0.021) correlated with Reiki treatment outcome on bacterial cultures in the nonhealing context. Practitioner social (p < 0.031), physical (p < 0.030), and emotional (p < 0.026) well-being correlated with Reiki treatment outcome on the bacterial cultures in the healing context. For practitioners starting with diminished
    well-being, control counts were likely to be higher than Reiki-treated bacterial counts. For practitioners starting with a higher level of well-being, Reiki counts were likely to be higher than control counts.
    CONCLUSIONS: Reiki improved growth of heat-shocked bacterial cultures in a healing context. The initial level of well-being of the Reiki practitioners correlates with the outcome of Reiki on bacterial culture growth and is key to the results obtained.'

    K.L. Tsang, L.E. Carlson en K. Olson onderzochten in 2007 de effecten van reiki-behandelingen op kankerpatiënten, gerelateerd aan hun vermoeidheid, pijn, angst en algeheel welbevinden. Ze schrijven in hun conclusies dat de vermoeidheid, pijn en angst significant afnemen:
    'Fatigue on the FACT-F decreased within the Reiki condition (P=.05) over the course of all 7 treatments. In addition, participants in the Reiki condition experienced significant improvements in quality of life (FACT-G) compared to those in the resting condition (P <.05). On daily assessments (ESAS) in the Reiki condition, presession 1 versus postsession 5 scores indicated significant decreases in tiredness (P <.001), pain (P <.005), and anxiety (P<.01), which were not seen in the resting condition. Future research should further investigate the impact of Reiki using more highly controlled designs that include a sham Reiki condition and larger sample sizes.'

    In oktober 2008 publiceren P.S. So, Y. Jiang en Y. Qin een onderzoek naar de werking van therapeutic touch, healing touch en reiki als methode voor pijnbestrijding. Reiki-behandeling bleek het meest effectief, al was het effect ‘modest’. Van een placebo-effect is geen sprake:
    ‘MAIN RESULTS: Twenty four studies involving 1153 participants met the inclusion criteria. There were five, sixteen and three studies on HT, TT and Reiki respectively. Participants exposed to touch had on average of 0.83 units (on a 0 to ten scale) lower pain intensity than unexposed participants (95% Confidence Interval: -1.16 to -0.50). Results of trials conducted by more experienced practitioners appeared to yield greater effects in pain reduction. It is also apparent that these trials yielding greater effects were from the Reiki studies. Whether more experienced practitioners or certain types of touch therapy brought better pain reduction should be further investigated. Two of the five studies evaluating analgesic usage supported the claim that touch therapies minimized analgesic usage. The placebo effect was also explored. No statistically significant (P = 0.29) placebo effect was identified.
    AUTHORS' CONCLUSIONS: Touch therapies may have a modest effect in pain relief. More studies on HT and Reiki in relieving pain are needed. More studies including children are also required to evaluate the effect of touch on children.’ studies are needed to understand the mechanisms of these effects in larger samples and to explore the impact on additional clinically relevant measures.’

    E.G. Sutherland , C. Ritenbaugh, S.J. Kiley, N. Vuckovic en C. Elder komen in 2009 tot een hogere effectiviteitsscore (92 in plaats van 70 procent). Na een onderzoek van dertien deelnemers met chronische hoofdpijn concluderen ze:
    ‘RESULTS: Twelve (12) of 13 participants experienced improvement in frequency, intensity, or duration of pain after three treatments. In addition, 11 of 13 participants experienced profound shifts in their view of themselves, their lives, and their potential for healing and transformation. These changes lasted from 24 hours to more than 6 months at follow-up.
    CONCLUSIONS: Energy healing can be an important addition to pain management services. More in-depth qualitative research is needed to explore the diversity of outcomes facilitated by energy healing treatments. Furthermore, the development of new instrumentation is warranted to capture outcomes that reflect transformative change and changes at the level of the whole person.’

    Samenvattend kan worden gesteld dat energetisch genezen volgens diverse klinisch wetenschappelijke onderzoeken een positief effect blijkt te hebben op het verminderen van de onrust, opwinding, vermoeidheid en pijnbeleving van mensen. (Wat dat laatste betreft is het vergelijkbaar met de werking van External Qi Gong, zie M.S Lee, M.H. Pittler en E. Ernst, 2007).

    Een aantal klinische onderzoeken komt tot minder positieve conclusies en het vergelijkende literatuuronderzoek uit 2007 is negatief op basis van methodologische kritiek.
    Energetisch genezen lijkt in elk geval een goede aanpak om stress te verminderen. en het algemeen welbevinden te doen toenemen (vergelijk ook de studie van K. Reece, G.E. Schwartz, A.J. Brooks en G. Nangle uit 2005 naar energetisch genezen met Johrei).
    Je zou zelfs kunnen zeggen dat de gezondheid door energetische behandelingen toeneemt, concludeert P.J. Rosch, Clinical Professor of Medicine and Psychiatry, in een artikel uit 2009 waarin hij alle vormen van 'biofield healing' op een rij zet:
    ‘Effects on heart rate variability, stress response, inflammation, and the vagus nerve have been demonstrated and raise the question–Can the power of subtle energies be harnessed for health enhancement? It is fully accepted that good health depends on good communication both within the organism and between the organism and its environment. Sophisticated imaging procedures brought to bear on telomere, stem cell, and genetic research are confirming the ability of meditation and some other traditional practices to promote optimal health through stress reduction.’

  7. M.Linde zegt:

    Dag,
    Mijn broer, die lijdt aan toenemend hoge oogboldruk naast – en door – Parkinson(medicijnen), zou ik PEA willen aanbieden. 1) Hoe kan ik daaraan komen, en 2) omdat mijn broer in Duitsland woont is het voor hem te bezwaarlijk om zich onder behandeling te stellen in NL. Wat raadt u mij aan te doen? Bij voorbaat veel dank.

    1. het is allemaal zo makkelijk als u gewoon googled!! dan vindt u meteen de aanbieder die ook in Duitsland PeaPure aanbiedt en verzendt!

  8. J. VanBerkel zegt:

    Wat raad u aan om te gebruiken tegen blaasontsteking. Heb alle antibiotica’s al gehad maar slaan allemaal niet aan. Gebruik ook d-mannose. Drink 2 liter water per dag. 3x daags cranberry en loop bij een bekkenbodemfysio.

    1. probeer maar eens 2 maanden daarbij een middel als PeaPlex

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *