Grootste objectieve website voor
 complementaire en alternatieve geneeskunde

IOCOB

Home > Andere behandelwijzen > Biologisch > Orthomoleculaire behandeling

Orthomoleculaire behandeling

Share |
Orthomoleculair is een samenvoeging van 'Ortho', gezond, en 'moleculair'. De term 'orthomoleculair' werd voor het eerst gebruikt in 1968, door professor Linus Pauling, Nobelprijswinnaar. Het gaat bij orthomoleculaire therapie en orthomoleculaire voeding dus om de 'goede' moleculen.

Enkele voorbeelden van goed onderzochte, veilige en werkzame orthomoleculaire stoffen zijn:

  1. theanine tegen angst en slapeloosheid
  2. palmitoylethanolamide (PEA) tegen ontstekingen en chronische pijne n en 
  3. alfaliponzuur bij diabetes .

 

orthomoleculaire voeding: de balans vinden

Orthomoleculair behandelen

 

Orthomoleculaire voedingsadviezen  en therapie zijn gebaseerdkeuze van voeding op een optimale balans aan vitamines, mineralen en andere essentiële voedingscomponenten. Optimale voeding aangevuld met voedingssupplementen kan helpen bij het verhogen van de gezondheid.

Binnen de orthomoleculaire behandelwijze streeft men er dus na, om via gebalanceerde voeding zoveel mogelijk noodzakelijke en therapeutisch actieve voedingsstoffen toe te dienen.

Orthomoleculaire therapeuten gaan er vanuit dat het voor de gezonde mens vrijwel onmogelijk is, om via de voeding alle noodzakelijke hoeveelheden van bepaalde voedingsstoffen binnen te krijgen. Deze opvatting vinden we ook binnen de reguliere geneeskunde ten aanzien van bepaalde vitamines, zoals foliumzuur. Sinds enkele jaren wordt aan zwangeren geadviseerd, om een extra hoeveelheid van dit vitamine te nemen, waarmee de kans verkleind wordt dat een kind geboren wordt met een open rug. En bij zwangeren die een vegetarisch dieet kiezen, ontstaat een vitamine B 12 tekort.

Maar de opvatting dat het in het algemeen moeilijk is, om genoeg essentiële stoffen via het voedsel binnen te krijgen wordt niet helemaal gedeeld door de reguliere (gewone) geneeskunde. De argumenten pro en contra zijn overal te vinden, maar een gewogen discussie ervan niet.

Het is ook niet altijd eenvoudig om een goed bewijs te leveren voor de zinvolheid van het innemen van diverse orthomoleculaire stoffen. Sommige stiffen kunnen uitermate zinvol zijn, zoals vitamine D3 bij chronische pijnen of theanine bij angsten. Maar soms vinden we ook zinloze adviezen, zoals het nemen van enkele tientallen grammen vitamine C bij de behandeling van kanker. Er is nooit aangetoond dat zulke hoeveelheden zinvol zijn en niet schadelijk.

Orthomoleculaire geneeskundigen schrijven bij uiteenlopende klachten diverse preparaten voor, zoals vitamines, mineralen, aminozuren, essentiële vetzuren en bepaalde stoffen, zoals de flavonoïden. Sommige van die preparaten kunnen inderdaad een zeer zinvol bijdrage leveren aan de gezondheid en zelfs therapeutisch werken.

Er zijn op het gebied van orthomoleculaire behandelingen echter ook malafide klinieken, die bjivoorbeeld voor kanker allerlei vreemde supplementen, tot en met het giftige Leatrile, voorschrijven.En daarvoor 4000 Euro per week vragen. Vooral Mexico is bekend (zie literatuur).

Interactie tussen orthomoleculaire middelen en reguliere middelen

Orthomoleculaire middelen kunnen in het algemeen zonder problemen gebruikt worden naast regulier geneeskundige behandelingen of complementaire behandelvormen.

Het kan echter voorkomen dat orthomoleculaire middelen en reguliere geneesmiddelen met elkaar een interactie aangaan die voor de patiënt ongunstig is. Dat een orthomoleculaire stof bijvoobeeld de antistolwerking tegengaat van een bloedverdunner. Het is daarom van belang dat de eigen huisarts ook altijd weet wat er gebruikt wordt op dit gebied.

Voorbeelden van zinvolle orthomoleculaire middelen

Voorbeelden van orthomoleculaire behandelingen en indicaties:

Behandeling Indicatie Bewijskracht
palmitoylethanolamide (PeaPure)   chronische pijn sterk
alfa liponzuur diabetische neuropathie sterk
Methylsulfonylmethaan (MSM) artose matig-zwak
Acetyl L-Carnitine (ALCAR) vermoeidheid, diabetische neuropathie matig-sterk

Palmitoylethanolamide is uitgebreid getest bij allerlei pijnsyndromen, en wordt elders op deze site belicht, net zoals theanine en alfaliponzuur en de andere hierboven genoemde stoffen.

Het toevoegen van coenzyme Q10 bij hartfalen lijkt bijvorobeeld een goede strategie.

Er is veel onderzoek gedaan, en steeds blijkt weer duidelijk dat dit supplement een positief effect heeft. Bijvoorbeeld is gebleken dat Q10 toevoegen aan het dieet van kinderen met een ernstig hartfalen een duidelijk positief effect had. Ook de functie van hartspieren bij patiënten die een verminderde hartspierfunctie hebben ten gevolge van het innemen van bepaalde geneesmiddelen, lijkt door Q10 verbeterd te worden. Patiënten die een hartoperatie ondergingen kregen 300 mg coenzyme Q10 per dag, zodat ook de hoeveelheid Q10 in het bloed aantoonbaar verhoogd werd. De hartspieren bleken bij (in vitro) onderzoek beter bestand te zijn tegen beschadigingen. Ook in dierexperimenten met beschadigde spieren lijkt de stof de opbouw te versterken en de regeneratie van de spieren te ondersteunen. verdere informatie op de Q10 pagina.

Alfa liponzuur lijkt vooral bij diabetische neuropathie 600 mg/dag intraveneus toegediend een klinisch positief effect te hebben op de symptomen. Ook een recente meta-analyse ondersteunt dit gebruik. Alfa liponzuur is ook als tablet te verkrijgen, de doseringen moeten dan aangepast worden en in de literatuur zijn effecten beschreven van 3 maal daags 600 mg. Zinvol is het om langzaam naar deze dosis te gaan. Ook ALCAR kan ingezet worden; deze stof heeft vermoedelijk een positief effect op de pijn bij diabetische neuropathie. Gebruik van dit soort supplementen moet begeleid worden door een arts. Er worden bij diabetes veel uiteenlopende supplementen voorgeschreven.

Sites

Algemene sites over orthomoleculaire therapie

Video

Linus Pauling Interview

 Alfa liponzuur literatuur

Literatuur over Malafide praktijken

1) Eisele JW, Reay DT. Deaths related to coffee enemas. JAMA 1980;244:1608-9.
(2) Josefson D. US cancer institute funds trial of complementary therapy. Western J Med 2000;173:153-4.
(3) Green S. A critique of the rationale for cancer treatment with coffee enemas and diet. JAMA 1992;268:3224-7.
(4) American Cancer Society. Questionable methods of cancer management: Questionable cancer practices in Tijuana and other Mexican border clinics. Ca: Cancer J Clin 1991;41:310-9.
(5) Reed A, James N, Sikora K. Juices, coffee enemas, and cancer. Lancet 1990;336:677-8.
(6) Phase III Study of Gemcitabine Versus Intensive Pancreatic Proteolytic Enzyme Therapy With Ancillary Nutritional Support in Patients With Stage II, III, or IV Adenocarcinoma of the Pancreas. (Clinical trial PDQ, NCI website.) Available at: http://www.nci.nih.gov/clinical_trials/view_clinicaltrials.aspx?version=health+professional&args=1;0b7d9c21-ff5f-449a-bb68-b894f5ba1dfb [Accessed 7/15/02]
(7) American Cancer Society. Questionable methods of cancer management: ‘Nutritional’ therapies. Ca: Cancer J Clin 1993;43:309-19.
(8) American Cancer Society. Unproven methods of cancer management: the metabolic cancer therapy of Harold W. Manner, Ph.D. Ca: Cancer J Clin 1986;36:185-9.
(9) American Cancer Society. Unproven methods of cancer management: Contreras methods. Ca: Cancer J Clin 1971;21:317-21.
(10) Gonzalez NJ, Isaacs LL. Evaluation of pancreatic proteolytic enzyme treatment of adenocarcinoma of the pancreas, with nutrition and detoxification support. Nutr Cancer 1999;33:117-24.
(11) Austin S, Dale EB, Dekadt S. Longterm followup of cancer patients using Contreras, Hoxsey and Gerson therapies. J Naturopathic Med 1994;5:74-6

Gerelateerde artikelen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *