Grootste objectieve website voor
 complementaire en alternatieve geneeskunde

IOCOB

WHO advies

Share |
Ayurvedische kruiden uit India, JMKHIn 2004 verscheen een rapport van de Wereld Gezondheidsorganisatie, de WHO, waarin expliciet gepleit wordt voor een intensivering van de dialoog tussen reguliere geneeskunde, traditionele geneeskunde en complementaire behandelvormen (alternatieve geneeskunde). De titel van dat rapport is: 'Guidelines on developing consumer information on proper use of traditional, complementary and alternative medicine'. De WHO wijst erop dat betrouwbare informatie over complementaire behandelwijzen van groot belang is, omdat dit soort informatie kan bijdragen aan de gezondheid en de bescherming van mensen. Ook pleit de WHO voor onderwijs aan reguliere medische instellingen, zodat er vanuit dat veld ook een toenemend inzicht komt in de waarde en de beperkingen van complementaire behandelwijzen.

De WHO meent dat de toegenomen belangstelling voor complementaire behandelvormen in de hele wereld een weerslag is van een mondiale trend, dat patiënten meer eigen verantwoordelijkheid nemen voor hun gezondheid. Echter, het klakkeloos aanvaarden van ‘natuurlijk is veilig’, is niet handig. Vandaar dat de WHO een leidraad publiceerde over het gebruik van CB en traditionele behandelwijzen (TB). De doelstelling van die leidraad is:

‘to maximize the benefit and minimize the risks of traditional medicine and complementary medicine use by empowering consumers to become active participants in health care and to make informed choices’ (p.12). Think out of the box is belangrijk bij Complementaire Behandelwijzen, kijk uit je eigen kader

Bewijsvoering

De WHO wijst op het feit dat veel complementaire behandelvormen en traditionele behandelwijzen berusten op empirisch bewijs van werkzaamheid en veiligheid. De basis van die bewijzen zijn te vinden in de vele farmacopees (boeken met recepten) en traditionele bronnen. Sinds de laatste decennia is er ook steeds meer klinisch bewijs omtrent werkzaamheid en veiligheid. Als voorbeelden noemt de WHO acupunctuur bij pijn, Artemisinine, een kruid uit de traditionele Chinese geneeskunde voor de behandeling van malaria, de plantenpreparaten Saw Palmetto voor prostraathypertrofie en Sint Janskruid bij depressies. Diverse CB zijn ook bewezen veilig; hier noemt de WHO de acupunctuur als voorbeeld: ‘acupunctuur is bewezen effectief bij postoperatieve pijn, misselijkheid bij zwangerschap, misselijkheid en braken bij chemotherapie, tand- en kiespijn en heeft vrijwel geen bijwerkingen. Tevens kan acupunctuur goed ingezet worden bij de behandeling van angst, paniek en slapeloosheid.’;

De WHO wijst er echter op dat er ook gevaren kunnen kleven aan het gebruik van complementaire behandelingen en traditionele geneeskunde. Pesticiden, zware metalen en menging met bijvoorbeeld diazepam of corticosteroiden in kruidenmengsels komen voor. Verder is het noemenswaardig probleem aanwezig dat niet bevoegde therapeuten (kwakzalvers) zich profileren met bepaalde CB, en patiënten hebben niet vaak de mogelijkheid om dit te doorzien. Omdat complementaire behandelvormen en TB voor een groot deel van de bevolking laag drempelig zijn, in het algemeen volgens de WHO duidelijk goedkoper dan reguliere interventies, pleit de WHO voor extra fondsen, om CB te onderzoeken.

WHO oproep

Om aan de dringende oproep van de WHO tegemoet te komen, is dit jaar in Nederland de stichting IOCOB opgericht. Daar de WHO expliciet oproept tot meer onderzoek en onderwijs op het gebied van de CB, heeft de stichting beide thema’s centraal gezet.
De stichting heeft als reactie op de WHO een serie projecten gedefinieerd, die de doelstellingen van de WHO in het 2004 document ondersteunen. Eén van die projecten is een handleiding voor patiënten. De titel van dat project is: ‘Kwakzalver of therapeut: Een keuzewijzer voor patiënten’.

Om de dialoog met de reguliere geneeskunde te optimaliseren, en het toekomstig onderzoek van complementaire behandelwijzen in Nederland gedegen uit te voeren, heeft de stichting een adviesraad bestaande uit een aantal regulier werkende hoogleraren en topexperts in binnen- en buitenland.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *