Grootste objectieve website voor
 complementaire en alternatieve geneeskunde

IOCOB

Home > Complementaire behandelwijzen > Science > Inzichten uit een bijzonder onderzoek

Inzichten uit een bijzonder onderzoek

Share |
Onder die titel verscheen deze week (eind Maart) een samenvatting van wat de Commissie Onderzoek Complementaire Behandelwijzen bij ZonMw na ruim 4 jaar aan bevindingen gepubliceerd heeft in haar eindverslag. De commissie had als voorzitter Professor Sturmans, een bekend epidemioloog en ook de voorzitter van IOCOB was lid van de commissie. In het artikel dat in de Mediator verscheen stond o.a.

Patiënten die kiezen voor een complementair werkend arts, doen dat meestal niet uit onvrede met de reguliere geneeskunde. Effectiviteitsonderzoek bij complementaire behandelwijzen kan met dezelfde methoden als in de gewone geneeskunde, maar om het goed van de grond te krijgen is meer aansluiting bij universiteiten gewenst. Dat zijn enkele conclusies van het Onderzoek Complementaire Behandelwijzen bij ZonMw dat onlangs werd afgerond.

In de jaren dat de commissie aan dit onderwerp werkte is er met een klein budget veel bereikt, o.a. het volgende:

  1. NIVEL heeft een veldonderzoek gedaan naar de profielen van patienten die naar complementair werkende artsen gaan, met erg boeiende bevindingen.
  2. Er werd via EMGO een groep van 15 complementair werkende artsen opgeleid tot onderzoeker.
  3. Er werd een succesvolle pilotstudie afgesloten naar de haalbaarheid van een onderzoek naar de effectiviteit en veiligheid van een bijzondere behandeling, de percutane electrostimulatie op de naald van blaasklachten (incontinentie) bij MS. Dit is een methode die in ons land n.a.v. onderzoek in de Radboud kliniek bij urine-incontinentie ontwikkeld is in het behandelcentrum voor neuropathie te Soest. 

In de Mediator stond verder wat de secretaris van de commissie van het resultaat vond:

‘Met een klein budget van twee ton is relatief veel bereikt. Artsen voor complementaire behandelwijzen hebben hun inzicht in de methodologie van effectiviteitsonderzoek vergroot. En dankzij een studie van het Nivel weten we nu meer over de patiënten die een complementair werkende arts bezoeken. Ik ben heel benieuwd hoe het veld van de complementaire behandelwijzen nu verder invulling geeft aan de behoefte aan effectiviteitsonderzoek ‘, zegt mr. Maarten Slijper van ZonMw, die als secretaris het Onderzoek Complementaire Behandelwijzen (OCB) begeleidde. 

NIVEL onderzoek

Het NIVEL onderzoek was erg boeiend en in de Mediator stond:

Het Nivel vergeleek onderzoeksgegevens uit praktijken voor complementaire behandelwijzen met gegevens afkomstig uit haar registratie onderzoek in huisartspraktijken (NS2). Daaruit bleek onder meer dat in CAM praktijken meer patiënten komen met algemene klachten (zoals vermoeidheid) en psychische klachten dan in NS2-huisartspraktijken.

De consultduur van CAM artsen bleek aanzienlijk langer te zijn dan bij huisartsen. Uit een studie naar patiëntprofielen van mensen die CAM-artsen (natuurarts, arts-acupuncturist, arts voor homeopathie) bezochten was meest opmerkelijke conclusie, dat 80 procent van de patiënten op positieve gronden koos voor een complementair werkende arts.

Onvrede met de reguliere geneeskunde was slechts voor 20 procent de belangrijkste reden. In vergelijking met patiënten uit reguliere praktijken zijn er onder de patiënten die een CAM-arts bezoeken meer vrouwen en meer hoogopgeleide mensen. Ook hebben zij vaker een taakgerichte communicatiebehoefte; dat wil zeggen dat patiënten niet naar een CAM-arts gaan om meer aandacht te krijgen, maar om de klacht opgelost te krijgen. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *