Grootste objectieve website voor
 complementaire en alternatieve geneeskunde

IOCOB

Home > Extra > Tegengif > Zakken vullen bij medische declaraties? Door wie eigenlijk ?

Zakken vullen bij medische declaraties? Door wie eigenlijk ?

Share |

Oud-gediende Nienhuis door de Vtdk van stal gehaald

Jan Willem Nienhuis, de oud-wiskundige die al weer enige tijd geleden als webmaster met de nodige trammelant is vertrokken bij de Vereniging tegen de Kwakzalverij, is ook bestuurslid van de Stichting Skepsis. Nienhuis bewijst in die laatste kwaliteit zijn oude makkers van de Renckens-clan echter nog steeds onschatbare diensten. Zo profiteert de VtdK onverminderd van het krachtige anti-alternatieve libido van Nienhuis. Na publicatie op www.antikwak.nl van het artikel met de nogal thanatische titel ‘Alternatieve genezer lijkt een (wat) uitstervend ras’ (30 oktober 2011) bemoeit de VtdK zich nu ook al met het declaratiegedrag van alternatieve artsen in het artikel ‘ AGB-codelijst verzekeraars bevat veel fouten’ (14 november 2011). Deze beide artikelen zijn niets meer dan een samenvatting van een lang opstel van Nienhuis, gepubliceerd op de website van Skepsis en getiteld ‘Krimp en vergrijzing bij de alternatieve artsen’ waaruit op zijn minst blijkt dat deze door de VtdK weer van stal gehaalde oud-gediende er een wel heel zonderlinge hobby op na houdt.

Een zonderlinge hobby

Met een verbetenheid een betere zaak waardig stort Nienhuis zich namelijk in zijn publicatie als een ware Willie Wortel op de groep van de circa 1.800 Nederlandse alternatieve artsen waarvan hij reeds jaren lang een lawine van goeddeels irrelevante cijfermatige gegevens minutieus blijkt bij te houden. In navolging van Hubert Lampo dat de goden hun getal moeten hebben, leeft Nienhuis zich namelijk uit in het produceren van onder meer de volgende gedetailleerde cijferreeksen met onderverdelingen: leeftijdscategorieen alternatieve artsen, jaren van behalen (tand)artsendiploma, verdeling aantal artsen per provincie, verdeling artsen naar categorie (basisarts, huisarts, medisch specialist, sociaal geneeskundige e.d.), spreiding alternatieve artsen over ziekenhuizen en ‘de vergrijzing per hobby’. Met ‘hobby’ bedoelt Nienhuis de beoefening van de diverse complementaire behandelvormen. Zo heeft de pientere Nienhuis ook becijferd – geen detaillering gaat hij uit de weg – dat het percentage alternatieve artsen per inwonereenheid in de provincie Overijssel landelijk bezien het laagst is. Die provincie wordt door Nienhuis dan ook grootmoedig beloond met het predikaat ‘Nuchter Overijssel’. 

Een levend priemgetal

Aan deze merkwaardige rekenhobby ontleent Nienhuis het verblijdende vooruitzicht dat zijn getalsmatige interpretaties van fenomenen als ‘krimp’ en ‘vergrijzing’ uitwijzen dat de populatie van alternatieve artsen haar langste tijd heeft gehad. Nienhuis droomt er blijkbaar van om het overlijden van de langstlevende complementaire arts nog persoonlijk mee te maken. Om zijn wensdenken over het verdwijnen van alternatieve artsen nog meer kracht bij te zetten, zou Nienhuis zich met Diederik Stapel kunnen verstaan die hem de nog ontbrekende data wel op afroep kan verschaffen. Uiteraard sluit de VtdK zich bij dit verlokkende het toekomstperspectief van Nienhuis aan. Deze oud-gediende bewijst hier andermaal zijn betekenis voor de VtdK als levend priemgetal : Nienhuis’ mening is namelijk uitsluitend deelbaar door zijn eigen opvatting, en resulteert dus slechts in het getal 1 als symbool van zo veel verspilde moeite.

Het declaratiesysteem van artsen

Minder onschuldig is wat de nijvere oud-wiskundige over het declaratiegedrag van alternatieve artsen suggereert in zijn reeds genoemde artikel onder de sensationele tussenkop ‘De beerput van de AGB-code’ waaruit de VtdK eveneens rijkelijk citeert. Voor alternatieve artsen is volgens de declaratievoorschriften van de zorgverzekeraars een afzonderlijke declaratiecode 84 (‘overige artsen’) aangewezen. Nienhuis stelt dat 14% van de niet-reguliere artsen – dit zijn echter niet alleen alternatieve artsen maar ook een restgroep van verpleeghuisartsen, verslavingsartsen en ggz-artsen e.d. – bij hun declaraties aan de zorgverzekeraars gebruik maakt van een tweetal codes: of uitsluitend van de reguliere code (zoals die geldt voor de huisarts, medisch specialist e.d.) of van – de reguliere variant binnen – de declaratiecode 84 ‘overige artsen’ (door de reeds genoemde restgroep).

Ongefundeerde verdachtmaking alternatieve artsen inzake declaratiegedrag

En dan wordt de te verwachten verdachtmaking gelanceerd inzake het declaratiegedrag door die groep van 14% niet-reguliere artsen. Nienhuis stelt namelijk het volgende: “ Als die een alternatieve behandeling geven, declareren ze regulier (= fraude)’. Inderdaad: als Cees Renckens het in zijn hoofd zou halen om Catherine de Jong te slaan, pleegt hij strafbare mishandeling maar als Cees dit wijselijk nalaat, is hij (vooralsnog) zo onschuldig als een lam. Zo ook hier.

Maar nu stokt de vaardige rekenmachine van Nienhuis opeens omdat hij niet in staat blijkt om zijn insinuatie over slechts de blote mogelijkheid van fraude in vaststaande fraudegevallen te converteren. Bovendien laat Nienhuis na te becijferen hoe de verdeling binnen die ‘verdachte’ 14%-groep is tussen de groep van alternatieve artsen en de restgroep. Als een verdeling bij helfte wordt aangehouden – maar vermoedelijk vormen de alternatieve artsen binnen die groep een minderheid – kan dus hooguit 7 % van de alternatieve artsen in het beklaagdenbankje komen te staan.

Als tenslotte nog rekening wordt gehouden met het feit – hetgeen Nienhuis nalaat – dat 9% van de alternatieve artsen helemaal geen declaratiecode heeft en, mits deze groep geneeskundig nog actief is, dus niets aan de zorgverzekeraars declareert, brengt de alternatieve artsengroep als geheel per saldo zelfs te weinig in rekening. Nienhuis heeft dus niet zijn beoogde zevenklapper geproduceerd maar slechts een krachteloze blindganger.

Overigens zou eventueel creatief declareren door de alternatieven ook samenhangen met de discriminatie van de alternatieve geneeskunde ten opzichte van reguliere geneeskunde, van welke onrechtvaardigheid Nienhuis en de VtdK verhitte pleitbezorgers zijn. Nienhuis had zijn inspanningen dan ook beter kunnen bewaren voor de bestudering van een recent proefschrift dat het onderzoek naar het declaratiegedrag van regulier-medische specialisten en ziekenhuizen tot onderwerp heeft.

Fleur Hasaart gepromoveerd op het declaratiegedrag van medische specialisten en ziekenhuizen

Op 4 november 2011 promoveerde Fleur Hasaart, als econoom werkzaam op het Projectbureau Zorg van de ziektekostenverzekeringsmaatschap CZ te Tilburg, aan de Universiteit Maastricht op het onderzoek, getiteld ‘Incentives in the Diagnosis Treatment Combination payment system for specialist medical care. A study about behavioral responses of medical specialists and hospitals’. De jonge doctor, die bij CZ uit hoofde van haar functie in ruime mate gebruik kon maken van de data omtrent het declaratiegedrag van medische specialisten en ziekenhuizen, richtte haar onderzoek met name op de verschijnselen ‘overdeclaratie’ en ‘upcoding’ in het zogeheten DBC-systeem (DBC betekent: Diagnose Behandeling Combinaties).

Grootschalig ongewenst gebruik via overdeclaratie en upcoding

Een DBC omvat het gehele cluster van behandelingen rondom een bepaald ziektebeeld waarvoor 1 prijs geldt. Er zijn circa 30.000 DBC’s. Van overdeclaratie is sprake ingeval voor eenzelfde stap in het behandeltraject per patient ten onrechte meer dan 1 declaratie wordt ingediend. Bij overdeclaratie wordt het DBC-systeem dus in strijd met de bedoeling als een verrichtingensysteem ingezet. Upcoding doet zich voor indien de behandelaar kiest voor een duurdere DBC dan medisch gezien noodzakelijk is. Upcoding is dus ‘een opzettelijke en systematische verschuiving van de casemix door een ziekenhuis met als doel om de vergoeding te verhogen’, aldus dr Hasaart.

Duidelijk zal zijn dat overdeclaratie en upcoding uitingen zijn van bewust strategisch declarantengedrag met het oogmerk om meer inkomen voor de specialisten respectievelijk de ziekenhuizen te genereren. Dr Hasaart heeft berekend dat enkel door overdeclaratie in het DBC-systeem gedurende de jaren 2006-2008 reeds meer dan 1 miljard euro te veel is gedeclareerd. Zij noemt dit kiesheidshalve weliswaar geen fraude maar wel ongewenst gedrag. Upcoding beloopt uiteraard eveneens een astronomisch bedrag, maar exacte cijfers daarover ontbreken vooralsnog. Het teveel gedeclareerde bedrag heet te zijn teruggevorderd, maar hoeveel dat bedraagt is ook onbekend.

Reacties in de pers op het reguliere declaratiegedrag

Op 17 november 2011 luidde de kop boven een groot artikel in de Volkskrant als volgt: “ Artsen sjoemelen voor 1 miljard aan extra inkomsten bij elkaar’. De NRC bediende zich van een bijna identieke kop. Daaruit blijkt wel hoezeer aan dit ‘ongewenste’ gedrag van medische specialisten en ziekenhuizen door de samenleving aanstoot is genomen. Ook in de meer locale pers wordt sarcastisch en afkeurend over dit graaigedrag bericht.

Reactie van de Orde van Medisch Specialisten

De Orde van Medisch Specialisten haastte zich vanwege het maatschappelijke rumoer om met de volgende sussende verklaring te komen – ontleend aan het bericht in Medisch Contact 11 november 2011/66 nr. 45, bladzijde 2740 , – dat zij ‘ van de zorgverzekeraars geen signaal heeft ontvangen dat er momenteel massaal en foutief wordt geregistreerd en gedeclareerd”. Heeft de Orde dan niet gelezen dat in het promotie-onderzoek is vastgesteld dat in de jaren 2006-2008 massaal onjuist is gedeclareerd zodat het woordje ‘momenteel’ slaat als de spreekwoordelijke tang op een varken?

De Orde tracht haar leden ook in ander opzicht vrij te pleiten. Hoewel dr Hasaart upcoding definieert als een opzettelijke en systematische handelwijze, gericht op financieel gewin, schrijft de Orde de gebleken misstanden daarentegen uitsluitend toe aan ‘fouten die konden worden gemaakt als gevolg van het ingewikkelde en complexe DBC-systeem’. Men moet maar durven. Saillant is daarbij nog dat dit ‘complexe’ DBC-systeem blijkbaar niet tot onderdeclaratie en downcoding van enige omvang heeft geleid.

En hoe luiden de reacties van Jan Willem Nienhuis en de Vereniging tegen de Kwakzalverij op dit schokkende reguliere declaratieschandaal, vergeleken waarmee hun ongezonde belangstelling voor het kleine groepje ‘verdachte’ alternatieve artsen volstrekt belachelijk afsteekt?

De lippen stijf op elkaar

Nienhuis en de VtdK zwijgen met de lippen stijf op elkaar en kijken, zoals gebruikelijk, stug de andere kant op. Maar moet Nienhuis dan geen lof worden toegezwaaid voor het bloot leggen van een niet gebleken misstand bij de alternatieven? Dat uiteraard wel. Catherine de Jong, voorzitter van de VtdK, zelf declarante in code 84 en sinds vandaag bijgenaamd La Taciturne, bedankt haar oud-gediende in een reactie onder diens weblog als volgt :

” Beste Jan Willem. Mijn complimenten voor deze zeer leesbare samenvatting van alle speurwerk dat je hebt verricht. Met deze gegevens op tafel zullen velen aan de slag moeten om fouten te herstellen en bestanden op te schonen".

Welk een armzalig sekteritueel. De ouderen onder ons zouden over dat eerbetoon voor Nienhuis zeggen:

liever de vetleren medaille dan thuis komen van zo’n koude kermis….

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *