Grootste objectieve website voor
 complementaire en alternatieve geneeskunde

IOCOB

Home > Extra > Tegengif > Heksenjacht op dokters door bejaarde professoren van de VtdK

Heksenjacht op dokters door bejaarde professoren van de VtdK

Share |
De gepensioneerde hoogleraar in de psychologie Frits van Dam is als secretaris van de Vereniging tegen de Kwakzalverij (VtdK) al jaren lang de trouwe lakei van de voorzitter, voorheen Cees Renckens, en sinds kort Catherine de Jong. Maar Van Dam heeft meer in zijn mars. Zo waagt de bejaarde professor zich soms ook aan het schrijven voor de website van de VtdK. Van Dam heeft echter nog meer pijlen op zijn boog. Als tijdverdrijf houdt hij er namelijk bovendien nog het zonderlinge tijdverdrijf van koddebeier op na. Daarover gaat dit artikel van IOCOB.

De zonderlinge hobby van Van Dam op het spoor

Het spoor van IOCOB begint bij een publicatie op de website van de VtdK van Van Dam dd 17 november 2011 onder de spraakmakende titel ‘Borstkankerpatiënt krijgt voedingssupple-menten opgedrongen’ waarin een bij name genoemde complementaire arts ernstig in diskrediet wordt gebracht door hem van kwakzalverij en nog veel meer te beschuldigen. Reden om hierover met Van Dam via de email contact te zoeken waaruit blijkt dat hij zich als koddebeier ontpopt en puur bij wijze van tijdverdrijf achter complementaire artsen aanjaagt. In die rol blijkt Van Dam echter slechts een blinde schutter die maar wat om zich heen vuurt en zich niets gelegen laat liggen aan de regels van moraal en fatsoen.

Hierna de letterlijke weergave van de kern van het artikel van Van Dam, waarin de naam van de beschuldigde arts wordt weergegeven door de letter X. Daarna volgt een compilatie van de relevante passages uit de recente emailwisseling tussen IOCOB en Van Dam. Niet relevante zinnen of zinsdelen zijn vervangen door de notatie (—). De lezer oordele zelf welk een schaamteloos gedrag Van Dam hier ten toon spreidt.

Van Dam aan het woord

Van Dam schrijft in zijn artikel het volgende: ‘Onlangs hoorde ik het schokkende verhaal van een patiënt met een erfelijke vorm van borstkanker. Ze was ‘in behandeling’ bij X, (—). De patiënte kreeg grote hoeveelheden vitaminen en mineralen voorgeschreven. Zij moest deze spullen kopen bij X. Dit kostte haar een kapitaal. Zij kon dit eigenlijk niet opbrengen. X is een oude bekende van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. De man kan ongestoord doorgaan met kwakzalven, niemand legt hem een strobreed in de weg’.

Aldus letterlijk Van Dam op de website van de VtdK. De rest van het artikel is weggelaten omdat daarin slechts (onjuiste) persoonlijke opinies zijn vermeld. Hoe is Van Dam tot zijn ernstige beschuldiging van kwakzalverij en nog meer gekomen? Daarop werpt de volgende correspondentie een niets verbloemend licht.

Verzoek om opheldering door IOCOB aan Van Dam

IOCOB reageert op het artikel van Van Dam als volgt: ’ Uw benedenmaatse stukje over de arts X heb ik met verbazing gelezen. Nu is voor mij duidelijk dat ook u, ja, zelfs u, het laatste greintje fatsoen wat betreft de bejegening van andersdenkenden bent kwijt geraakt. De stijl en inhoud van uw bijdrage zijn vergelijkbaar met die in notoire roddelbladen als (—-) en ander tabloidpulp. U brengt een anonieme borstkankerpatiënte ten tonele die door X gedwongen zou zijn om bij hem voedingssupplementen te kopen. Als u zich zou hebben vergewist van de (on)juistheid van dit verhaal had u kunnen constateren dat dit op fantasie berust. Dit heeft u echter nagelaten waardoor ook uw betrouwbaarheid in het geding is. Onder deze omstandigheden rijst voor mij de vraag of deze patiënte wel echt bestaat of dat u haar existentie zelf hebt verzonnen. Ik verzoek u hierbij dan ook aannemelijk te maken dat dit laatste niet het geval is. (—-)’.

Het antwoord van Van Dam

Dit luidt als volgt: ‘Ik hou niet van dat fatsoensrakkersgedoe. Ik heb het idee dat de schreeuwer zichzelf daarbij erg op een voetstuk zet. (—) Mijn bron is een degelijke epidemioloog die een lezing gaf voor vrouwen met erfelijke borstkanker. Die borstkankerpatiënte wil ik graag anoniem houden om te voorkomen dat ze het soort emails die ik van u vermag ontvangen. Sommigen nemen ze wellicht serieus en dat kan toch niet de bedoeling zijn (–)’.

Allereerst blijkt uit dit antwoord op dat Van Dam de discussie uit de weg gaat en er niet op gewezen wenst te worden dat ook het publiceren van artikelen in de media aan bepaalde fatsoenregels onderworpen is. Vervolgens stuit de oplettende lezer stuit op een leugen van Van Dam. In zijn artikel stelt Van Dam immers van een patiënte haar verhaal over X te hebben gehoord terwijl hij in zijn email daarentegen beweert dit verhaal niet van X maar van een anonieme tussenpersoon, namelijk een ‘degelijk’ epidemioloog, over die patiënte te hebben vernomen. Uiteraard rijst de vraag of dit alles geen fantasie is van Van Dam en vraagt IOCOB hierover nadere opheldering.

Opnieuw opheldering gevraagd aan Van Dam

IOCOB schrijft opnieuw aan Van Dam: ‘ U stelt de belastende informatie over X te hebben ontvangen van een ‘degelijke’ epidemioloog. Dat zegt mij uiteraard niets. Het feit dat u deze epidemioloog in zijn/haar vak als ‘degelijk’ betitelt sluit immers niet uit dat u met een onbetrouwbare en roddelzieke kletsmajoor van doen hebt gehad. Mijn kritiek op uw benedenmaatse artikel heeft, anders dan u meent, ook niet te maken met fatsoensrakkerij maar alles met de in het maatschappelijke verkeer – ook door u – in acht te nemen regels van fair play. Ik moet u blijkbaar uitleggen wat die regels van fair play in dit geval inhouden. En daarom nu uw aandacht op scherp’.

Fair play geschonden

IOCOB vervolgt aldus: ‘U verneemt van een ‘degelijke’ epidemioloog een belastend verhaal over X dat u uitstekend kunt gebruiken op uw website. Fair play schrijft dan voor – en dit omdat u de belastende feiten niet zelf hebt kunnen constateren maar zowel bij u als bij de ‘degelijke’ epidemioloog slechts sprake is van wat juristen noemen ‘het getuigenis van horen zeggen’ (–) – dat die u die bezwarende feiten voor publicatie daarvan op uw website, eerst om commentaar voorlegt aan X zelf. Deze kan alsdan op de tegen hem ingebrachte beschuldigingen reageren. Deze gedragslijn is in de journalistiek wereld een dwingende grondregel’.

Geen hoor en wederhoor toegepast

IOCOB refereert hier aan de grondregel van hoor en wederhoor waarvan Van Dam blijkbaar nog nooit gehoord heeft. IOCOB vervolgt in de email daarom als volgt: ’Aan die grondregel heeft u zich echter niets gelegen laten liggen, omdat het u beter uitkwam de u aangereikte kletskoek rauwelijks te publiceren zonder u er eerst van te vergewissen of uw zegsman wel de waarheid heeft gesproken. Ook uw zegsman heeft bij X niet nagegaan of het verhaal van de anonieme patiënte wel klopt. Een aan het eind van deze keten van kletsende anonimi volstaat u er mee om zich louter op te stellen als een passief doorgeefluik van pure verzinsels. Daarom heeft u tegenover X een onrechtmatige daad begaan (–). Los daarvan had ik van u als emeritus-hoogleraar toch wat meer standing, inclusief gevoel voor verhoudingen, en inzicht in de regels van maatschappelijk behoren verwacht. Maar ook bij u heiligt het doel de middelen. Een wel heel slechte beurt, heer Van Dam. (—)’.

Hierop volgt geen inhoudelijke reactie van Van Dam.

Bestaat die anonieme epidemioloog wel ?

IOCOB neemt hiermee geen genoegen en daagt Van Dam dan ook uit om :’ (–) zonder omwegen de naam van de ‘degelijke’ epidemioloog te onthullen op wiens informatie u zich beroept. Laat u dit na, dan reken ik’ – aldus IOCOB –‘ ook u vooralsnog tot het zich elke dag uitbreidende gilde van hoogleraren dat – al naar gelang het uitkomt – overgaat tot het verzinnen van welgevallige data. (–) Komt u mij niet tegemoet in mijn verzoek de naam van de epidemioloog alsnog te noemen, dan zoek ik op zijn minst de brede publiciteit in de media (–)’.

En omdat van Dam deze openbaarmaking vreest, antwoordt hij slechts met: ‘Dreigen (–) dat staat u niet netjes’. Maar verder zwijgt de professor.

IOCOB antwoordt dan: (—) Lieden zoals u die zich in de publieke discussie niets gelegen laten liggen aan het beginsel van fair play, kunnen niet rekenen op mijn lankmoedigheid. De tijd dat uw vereniging de vereiste behoorlijke omgangsvormen aan haar laars kon lappen, is thans voorbij. (—).

De verzinsels van Frits van Dam

Van Dam heeft geweigerd enige opheldering te verschaffen over zijn handelwijze te verschaffen. Hoor en wederhoor is niet toegepast. De mogelijkheid dat bij dit alles sprake is van – zijn of andermans – oprispingen uit de eigen fantasie heeft Van Dam – hoewel hem daartoe ruimschoots de gelegenheid is geboden – niet weersproken. Daardoor immers
1. staat het niet vast of Van Dam de patiënte en/of haar verhaal van de patiënte niet zelf heeft verzonnen.
2. Het staat ook niet vast of de opgevoerde zegsman, de ‘redelijke’ epidemioloog, niet door Van Dam zelf is verzonnen.
3. Het staat ook niet vast of deze epidemioloog – zo deze persoon al bestaat – het verhaal van de borstkankerpatiënte niet zelf heeft verzonnen.
4. Het staat ook niet vast of deze epidemioloog het gewraakte verhaal zelf van de patiënte heeft gehoord maar mogelijk van weer een andere onbekende persoon.
5. Het staat ook niet vast of deze onbekende persoon het verhaal niet zelf heeft verzonnen.
6. Het staat tenslotte ook niet vast of de patiënte – zo deze al bestaat – het verhaal niet zelf heeft verzonnen.

De beschuldigingen van Frits van Dam

En wat schuift Van Dam de betrokken arts desondanks zo al in de schoenen? Dat X zijn medicatie aan de patiënte zou hebben ‘opgedrongen’. Hoe dan? Door bedreiging met een vuur-, slag- of steekwapen dan wel via bedwelming of hypnose? Of is slechts sprake van een (dringend) advies van X aan zijn patiënte over de medicatie? Verder dan een brutale insinuatie komt Van Dam niet. En Van Dam plaatst het woord behandeling door arts X tussen aanhalingstekens hetgeen betekent dat er zijns inziens van gepruts sprake is. Maar Van Dam is geen arts, en zeker geen gespecialiseerd arts. En de voorgeschreven supplementen duidt Van Dam minachtend aan als ‘spullen’, geheel onwetend als hij op dit terrein is. Voorts weet Van Dam donders goed dat de kosten van therapeutisch voorgeschreven supplementen – zoals blijkbaar in het geval van de borstkankerpatiënte – aanzienlijk kunnen zijn omdat hierin niet – ook niet in een aanvullende verzekering – wordt voorzien, en dit louter als gevolg van de door de Vtdk zo vurig bepleite discriminatie ten opzichte van de reguliere geneeskunde die immers uit de basisverzekering wordt gefinancierd.

De aap uit de mouw

IOCOB schrijft dan aan Van Dam onder meer het volgende: ‘ Omdat ik de talrijke lezers van de website van de VtdK en die van IOCOB gaarne deelgenoot wil maken van de briljante wijze waarop u de discussie met mij hebt gevoerd over het gewraakte artikel van dokter X, verneem ik gaarne uw oordeel omtrent mijn voornemen om de tussen ons gevoerde corrspondentie integraal te publiceren op de website van IOCOB. (—).

Hierop luidt het antwoord van Van Dam die zich plotseling een bange haas betoont: ‘Nee dat vind ik niet goed’. Vervolgens komt onverwacht de aap uit zijn mouw : ‘ We zijn aan het inventariseren of een klacht door de desbetreffende patiënte bij de Medische Tuchtraad haalbaar is ‘. En in een volgende email verklaart Van Dam schaamteloos : ‘ (—–). En nu ga ik me (met) het serieuzer werk bezighouden, het leven zuur maken van de kwakzalvers. Je moet toch iets doen om je pensioen door te komen’.

Valse beschaving

Alle artsen hebben het druk. De gepensioneerde professor/auteur daarentegen niet. Uit liefhebberij is Van Dam secretaris van de VtdK. Maar Van Dam moet, zoals hij zelf zegt, nog meer te doen hebben ‘om zijn pensioen door te komen’. Daarom lokt de secretaris van de VtdK blijkbaar ook patiënten uit om bij wijze van tijdverdrijf klachten over complementaire artsen, wier therapieen door de niet-medicus Van Dam louter als gepruts worden beschouwd, aan te brengen bij de medische tuchtrechter. Het is de koddebeier Van Dam er namelijk niet om te doen de gezondheidsbelangen van patiënten voorop te stellen maar primair om op grond van zijn verblinde ideologie alle complementaire artsen – volgens Van Dam allemaal kwakzalvers – op te jagen en het leven zuur te maken. In dit geval zijn zelfs de niet geverifieerde verhalen van horen zeggen reeds voldoende om Van Dam tot zijn schaamteloze actie te verleiden. En wie dit laagbijdegrondse tijdverdrijf van deze professorale koddebeier verbaasd gadeslaat, mag herinnerd worden aan het woord van de Franse publicist Pierre Veron: ‘ Er is iets dat nog erger is dan openlijk barbarendom. Dat is valse beschaving’.

 

Van Dam uitgeluid door de IOCOB-dichter  (met excuses aan Francoise Sagan)

‘ Van Frits van Dam heb ik slecht gedroomd

tijdens zijn kwakzalverslessen.

Na mijn droom heb ik zachtjes ‘adieu’ gezegd

en tegen Van Dam: bonjour tristesse.’

 

Berichten

  1. David de Bree zegt:

    Goedemiddag
    Ik heb uw bovenstaand stuk gelezen en begrijp
    de arrogantie van de heer van Dam totaal niet. Ik wil hem graag een mail sturen hoe ik er over denk maar kan geen mail adres o.i.d. vinden. Kunt u mij vertellen hoe ik doe charlatan kan bereiken?
    Ik hoor graag van u.
    Met vr gr David de Bree

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *