Grootste objectieve website voor
 complementaire en alternatieve geneeskunde

IOCOB

Home > Complementaire behandelwijzen > Politiek > Fiscale kwakzalverij door de Vereniging tegen de Kwakzalverij

Fiscale kwakzalverij door de Vereniging tegen de Kwakzalverij

Share |

Samenvatting van het BTW-plan der VtdK 

Op 21 februari 2012 heeft de Vereniging tegen de Kwakzalverij – zie www. antikwak.nl - een voorstel gelanceerd onder de titel ‘Hoe vrijstelling van BTW te regelen voor alternatieve geneeswijzen’, met als slotzin: “Het voorstel maakt ook een einde aan het fiscaal bevoordelen van nutteloze behandelingen en komt de staatskas ten goede”.

Het BTW-plan beoogt dus om de beoefening van CAM zo veel mogelijk te elimineren door het fiscale wapen in te zetten. Het voorstel is zodanig ingericht dat aan alle CAM-behandelaars, die volgens de huidige wettelijke regeling in aanmerking (kunnen) komen voor de BTW-vrijstelling, deze vrijstelling voortaan wordt onthouden.

In concreto houdt dit in dat alle CAM-artsen en alle zich kwalificerende BIG-geregistreerde alternatieve therapeuten voortaan BTW-plichtig worden. Dat geldt eveneens voor de groep van niet-BIG-geregistreerde alternatieve therapeuten die zich volgens de huidige wettelijke regeling zou kunnen kwalificeren voor opname in het VWS-kwaliteitsregister. Ook dat register wordt dus in het VtdK-voorstel ten grave gedragen.

Samenvatting van het commentaar van IOCOB op het rammelende BTW-plan

In het nu volgende IOCOB-commentaar wordt dit – aan alle kanten rammelende – VtdK-plan steen voor steen wordt gesloopt.

Het BTW-plan is namelijk in essentie gebaseerd op het onhoudbare uitgangspunt dat er een fundamenteel verschil in bewijspositie bestaat wat betreft de effectiviteit van ‘regulier’ en CAM.

IOCOB toont echter aan dat dit verschil ontbreekt en louter in de door de VtdK gecreeerde fictieve werkelijkheid figureert.

Dit kreupele plan is daardoor doortrokken van notoire discriminatie van CAM, legislatieve reguliere willekeur, eenzijdige bevoordeling van reguliere artsen, creatie van mogelijkheden tot manipulatie door uitsluitend reguliere artsen, en strijd met de (ook Europese) jurisprudentie wegens grove schending van het fiscale neutraliteitsbeginsel. Dat het BTW-plan ook de gerechtvaardigde belangen schendt van alle patienten die gebruik wensen te maken van CAM, is evident.

Dit BTW-plan is schadelijk voor de Nederlandse volksgezondheid. De VtdK maakt zich hier schuldig aan ernstige fiscale kwakzalverij. Op grond van dit IOCOB-commentaar dient het BTW-plan dan ook door de wetgever in geen enkel opzicht serieus te worden genomen.

De tekst van dit commentaar wordt tevens onder de aandacht gebracht van de minister van VWS Edith Schippers van VWS en de staatssecretaris van Financien Frans Weekers.

HET IOCOB-COMMENTAAR 

Het onverwerkte BTW-trauma van de VtdK

De indertijd massaal gesteunde publieksactie GA VOOR CAM – waaraan ook IOCOB actief heeft bijgedragen – heeft tot gevolg gehad dat de Tweede Kamer in 2007/2008 een stokje heeft gestoken voor het ondoordachte plan van het toenmalige kabinet om BTW te gaan heffen over door complementaire artsen verrichte gezondheidskundige diensten. Daarbij is niet alleen de vanouds voor alle in het vrije beroep werkende artsen – zowel reguliere als complementaire – geldende medische vrijstelling van BTW in stand gebleven. Ook is daarbij in de Wet OB 1968 – ter voldoening aan de door Europese fiscale regelgeving en rechtspraak gestelde eisen – de mogelijkheid geschapen dat niet-BIG geregistreerde alternatieve therapeuten de vrijstelling van BTW eveneens deelachtig worden, mits hun dienstverlening kwalitatief vergelijkbaar is met die van BIG-geregistreerde behandelaars.

Om die reden geldt ter verkrijging van de BTW-vrijstelling sindsdien dat de Minister van VWS voor dergelijke gekwalificeerde alternatieve therapeuten wettelijke regels moet vaststellen wat betreft de voor hun beroep geldende kwaliteitseisen inzake opleiding en beroepsuitoefening en hun beroep tevens is vermeld in een door die minister bij te houden register. Die regeling is echter in verband met de complexe afbakeningsproblematiek tot op heden nog steeds niet tot stand gekomen zodat voor deze groep van alternatieve behandelaars de wettelijke zekerheid nog steeds ontbreekt.

BTW-vrijstelling voor CAM steekt de VtdK nog steeds als een graat in haar keel

De aldus verruimde BTW-vrijstelling voor CAM steekt de VtdK nog steeds als een graat in haar keel. De antikwakkers lijden hier onmiskenbaar aan een onverwerkt fiscaal trauma waarmee zij maar blijven (door)worstelen, hoewel daarvoor in eigen kring professionele hulp beschikbaar is omdat niet minder dan twee psychiaters deel uitmaken van het VtdK-bestuur. Dat diep gewortelde trauma treedt ook verscholen aan het licht in het jubileumboekje van de VtdK ter gelegenheid van het afscheid in 2011 van haar beruchte voorzitter Cees Renckens waarin diens (weinige) wapenfeiten uiteraard breed worden uitgemeten, maar over zijn smadelijke nederlaag in de BTW-affaire met geen woord wordt gerept. De VtdK betoont zich daarmee een uitermate benepen verliezer. Maar intussen spookt het BTW-trauma onverminderd door in de toegeschroeide breinen der antikwakkers.

Ook minister Schippers is betrokken bij de verwerking van het BTW-trauma

Tijdens het bezoek van het VtdK-bestuur aan minister van VWS Schippers in augustus 2011 is deze bewindsvrouwe ook betrokken geraakt bij de verwerking van dit hardnekkige VtdK-trauma. Door het nog steeds uitblijven van de wettelijke regelgeving voor gekwalificeerde alternatieve niet-BIG therapeuten en het kwaliteitsregister heeft het VtdK-bestuur zich bij die gelegenheid opgeworpen om een eigen notitie over dit onderwerp – getiteld: Wat is alternatief, wat is regulier – aan de minister in het vooruitzicht stellen. De VtdK legt over dit initiatief de minister daarbij de opmerking in de mond dat zij in haar contact met het Ministerie van Financien hierover ‘de zienswijze van de VtdK goed voor ogen heeft’. Of het VtdK-bestuur zijn belofte jegens de minister inzake de notitie inmiddels is nagekomen, is niet bekend. Maar de VdK heeft haar oplopende frustraties over de BTW-vrijstelling voor CAM niet nog langer kunnen binnenhouden en deze thans in een eigen BTW-plan geuit.

De VtdK lanceert een discriminatoir en rammelend BTW-voorstel over CAM

Op haar website www.antikwak.nl lanceert de VtdK dd 21 februari 2012 met veel aplomb een uitermate discriminatoir en rammelend BTW-voorstel in een artikel onder de titel ’Hoe vrijstelling van BTW te regelen voor alternatieve behandelwijzen’. Het valt – op basis van de thans volgende analyse door IOCOB – reeds nu te voorspellen dat de minister Schippers – noch de staatssecretaris van Financien Weekers- zich aan dat voorstel niets gelegen zullen laten liggen omdat het van geen kanten deugt. Het BTW-plan is namelijk doortrokken van het enige oogmerk om de beoefening van CAM zoveel mogelijk uit te roeien door middel van het discriminatoire inzetten van het BTW-wapen. Het is bovendien een rammelend voorstel – in elkaar geknutseld door vooringenomen amateurs zoals een bejaarde emeritus professor in de psychologie en een radiotherapeut–oncoloog zomede ene Rob Giebels (wiens kwalificaties ons niet bekend zijn) – waar de ideologische broei van de VtdK van afdruipt. Laten we dit BTW-plan daarom maar eens tegen het licht houden.

De kern van het BTW-plan van de VtdK : eliminatie van CAM

De enige drijfveer achter het BTW-plan is de beoefening van CAM zoveel mogelijk te elemineren. Dit valt onbeschaamd te lezen in de slotzin van het VtdK-artikel: ‘ Het voorstel maakt ook een einde aan het fiscaal bevoordelen van nutteloze behandelingen en komt de staatskas ten goede’. Om dat doel te bereiken steunt het voorstel op de volgende 2 kernelementen. 

  1. Vrijstelling van BTW geldt uitsluitend voor BIG-geregistreerde behandelaars en uitsluitend voor bewezen effectieve behandelingen. De vrijstelling is dus alleen van toepassing als wordt voldaan aan een tweetal cumulatieve vereisten : BIG-registratie plus bewezen effectieve behandelingen. 
  2. Bewezen effectieve behandelingen sub 1 zijn uitsluitend die welke zijn opgenomen in de door de medische beroepsgroepen opgestelde multidisciplinaire richtlijnen voor diagnose en behandeling en/of zijn goedgekeurd door alle bij de behandeling betrokken erkende ( = reguliere) medische beroepsgroepen. 

Uit de combinatie van de kernelementen 1 en 2 vloeit het volgende voort. Omdat CAM-behandelingen niet zijn opgenomen in de reguliere behandelingsrichtlijnen noch zijn goedgekeurd door alle ‘erkende’ ( = reguliere) medische beroepsgroepen, zijn alle CAM-behandelvormen in het voorstel van de VtdK dus onbewezen effectief. Daardoor worden – onder uitschakeling van de bestaande wettelijke regeling – alle CAM-artsen en andere zich kwalificerende BIG-geregistreerde alternatieve behandelaars voortaan uitgesloten van de BTW-vrijstelling.

Ook de groep van de niet-BIG -geregistreerde alternatieve behandelaars die zich onder de Wet omzetbelasting thans zou kunnen kwalificeren voor opname in het VWS-kwaliteitsregister, wordt uitgesloten van de BTW-vrijstelling en dus eveneens door de VtdK volledig buitenspel gezet.

Geen enkele CAM-behandelaar komt in het VtdK-plan dus nog in aanmerking voor de toepassing van de BTW-vrijstelling. Het BTW-plan steunt dus op de overbekende VtdK-leugen dat de effectiviteit van alle CAM-behandelvormen onbewezen is, hoewel voor een scala van CAM-therapieen wel degelijk wetenschappelijk bewijs bestaat. Omdat de VtdK echter terdege beseft – hoewel zij dit tegen beter weten in ontkent – dat de effectiviteit van het overgrote deel van de ‘eigen’ reguliere geneeskunde onbewezen is, dreigt zij in dezelfde kuil te vallen welke zij voor CAM heeft gegraven. Op grond van vereiste 1 zouden dan immers ook alle reguliere dokters voor het overgrote deel van hun activiteiten BTW-plichtig moeten worden.

De alleen voor de reguliere geneeskunde geldende VtdK-fictie is discriminatoir voor CAM

De VtdK wil uiteraard dat alle reguliere dokters hun BTW-vrijstelling ongehinderd blijven genieten en introduceert daartoe een – exclusief voor hen geldende – onweerlegbare juridische bewijsfictie. Met behulp van deze fictie wordt een voor de VtdK minder aangename reguliere realiteit (effectiviteit reguliere geneeskunde is voor het overgrote deel onbewezen) alsnog geconverteerd in de zozeer gewenste welgevallige werkelijkheid (alle reguliere geneeskunde is bewezen effectief). De in werkelijkheid onbewezen reguliere behandelingen worden aldus opgekrikt tot bewezen reguliere interventies mits deze zijn vermeld in de door alle erkende ( = reguliere) medische beroepsgroepen opgestelde multidisciplinaire richtlijnen voor diagnose en therapie.

En zo beoogt de VtdK door de creatie van haar eigen fictieve werkelijkheid de BTW-vrijstelling voor uitsluitend de reguliere artsen veilig te stellen terwijl zij aan de CAM-artsen een dergelijke bewijsfictie uitdrukkelijk onthoudt. Ook de beroepsverenigingen van CAM-artsen beschikken namelijk over behandelingsrichtlijnen maar de vermelding daarin van hun interventies levert via een vergelijkbare juridische kunstgreep geen bewezen verklaarde effectieve behandelingen op. Deze onmiskenbare discriminatie van CAM in het BTW-plan vormt voor de wetgever reeds een absoluut beletsel om deze VtdK-bewijsfictie serieus te nemen.

Ontoelaatbare willekeur in het BTW-plan

Bovendien zet het BTW-plan de deur wijd open voor legislatieve willekeur. De beslissingen omtrent de reikwijdte van de medische vrijstelling berusten alsdan immers niet langer bij de wetgevende macht maar uitsluitend bij de categorale – en dus belanghebbende – regulier-medische beroepsgroepen die eerst uitsluitend aan zichzelf het predikaat ‘erkende geneeskunde’ toebedelen en vervolgens in hun rol van pseudo-medewetgever aldus naar willekeur over hun eigen fiscale lot en – nota bene – ook over dat van hun CAM-beroepsgenoten kunnen beschikken. Wat dit laatste betreft is het BTW-plan een schoolvoorbeeld van de bevordering van het welbegrepen reguliere eigenbelang in contrast met de notoire achterstelling van de gerechtvaardigde belangen der CAM-behandelaars.

Deelname door reguliere artsen aan het belastingpokerspel

Ingeval voor bepaalde reguliere behandelingen (nog) geen professionele richtlijnen bestaan, geldt de bewijsfictie eveneens – zie de woorden ‘en/of’ bij vereiste 2 in het BTW-plan – als de reguliere dokters na onderlinge goedkeuring besluiten dat die behandelingen ook voor de BTW-vrijstelling in aanmerking komen. Dit sluit echter niet uit dat een dergelijke goedkeuring aan bepaalde interventies bewust kan worden onthouden al naar gelang dit voor de reguliere dokters financieel voordelig uitkomt. Ingeval de BTW-voordruk op dergelijke als belastbaar aangemerkte medische diensten namelijk (aanmerkelijk) hoger blijkt uit te vallen dan de eigen daarover verschuldigde BTW, kan dit tot zeer aanzienlijke restituties van gemeenschapsgeld aan de reguliere artsen leiden. Het is uitgesloten dat de fiscale wetgever accoord zal gaan met deze mogelijkheid tot profijtelijke deelname door uitsluitend reguliere artsen aan een dergelijke vorm van onwenselijk belastingpokerspel.

De bescheiden staat van het wetenschappelijke bewijs in de reguliere geneeskunde

De discriminatoire VtdK-bewijsfictie – het boterzachte fundament van het BTW-plan – kan uiteraard niet verhullen dat voor de effectiviteit van het overgrote deel der reguliere geneeskunde het wetenschappelijke bewijs ontbreekt. In dit opzicht bestaat – anders dan de VtdK ons voorspiegelt – helemaal geen fundamenteel verschil met CAM. Helaas bedient onze huidige minister van VWS zich eveneens hardnekkig van de onjuiste beeldvorming dat uitsluitend CAM onvoldoende bewezen zou zijn. In de aan deze minister gerichte open brief van IOCOB dd 18 oktober 2011, doorklikmogelijkheid ) en in het open antwoord aan haar dd 5 januari 2012 is uitvoerig geadstrueerd dat haar opvatting in strijd is met de wetenschappelijke feiten. De minister heeft deze stelling van IOCOB (welke door vele wetenschappers wordt gedeeld; zie ook hierna) tot op heden niet weersproken.

Recentelijk heeft ook de (reguliere) hoogleraar interne geneeskunde Dr Yvo Smulders de volstrekt overschatte betekenis van het wetenschappelijke bewijs in de reguliere geneeskunde vlijmscherp aan de kaak gesteld. Volgens Smulders is maar ongeveer 50% van de reguliere behandelvormen onderzocht, terwijl er slechts voor circa 13% duidelijk bewijs is dat een therapie effectief is. Bovendien zijn de resultaten van regulier-wetenschappelijk onderzoek maar in minder dan 10% van de gevallen toepasbaar op de patientenpopulatie. Deze sprekende getallen zouden de VtdK en de minister van VWS tot diep nadenken behoren te stemmen. En deze wetenschappelijke realiteit kan niet met behulp van eenzijdige juridische ficties of gespierde politieke uitspraken van de minister van VWS worden weggepoetst. Vermelding van allerlei onbewezen reguliere interventies in professionele behandelingsrichtlijnen verandert uiteraard niets aan de echte werkelijkheid, namelijk dat de reguliere geneeskunde nog maar voor een bescheiden gedeelte EBM is. En de belastingwetgever baseert zijn -nvoor iedere burger gelijke – regelgeving gelukkig nog altijd op de werkelijkheid zoals die nu eenmaal echt bestaat, en hij zet geen stap in de republiek van door categorale pressiegroepen gedroomde voorkeursbehandelingen.

Het BTW-plan van de VtdK is in strijd met de fiscale neutraliteit

De heffing van BTW mag volgens de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen niet discriminatoir zijn en moet bovendien voldoen aan het beginsel van fiscale neutraliteit. Dat beginsel houdt in dat de heffing van BTW over – vanuit de zorgontvanger bezien – vergelijkbare prestaties niet mag leiden tot onderlinge concurrentieverstoring tussen ondernemers. Fiscale neutraliteit brengt tevens mee dat in elk land binnen de EU op soortgelijke goederen en diensten dezelfde BTW-druk rust. Omdat wat betreft de mate van (on)bewezenheid inzake effectiviteit van behandelingen tussen ‘regulier’ en CAM geen fundamenteel verschil, doch hoogstens een gradueel verschil bestaat, is bij de medische prestaties door reguliere dokters en die van CAM-artsen voor de heffing of vrijstelling van BTW sprake van ‘soortgelijke diensten’ Vrijstelling van BTW voor uitsluitend reguliere artsen maar BTW-heffing bij CAM-artsen over dergelijke soortgelijke diensten leidt dan ook tot verboden concurrentieverstoring als gevolg van de schending der fiscale neutraliteit. De VtdK heeft dit essentiele beginsel geheel uit het oog verloren. Ook om deze principiele reden sneuvelt het rammelende BTW-plan en verdient het slechts een plaats in de prullemand.

Het beroep van de VtdK op het Solleveld-arrest doet niet terzake

De VdtK verwijst ter rechtvaardiging van haar BTW-plan ook nog naar het Solleveld-arrest (*1) (ook te lezen op IOCOB ) en concludeert met kennelijk genoegen dat haar initiatief daarmee niet in strijd is omdat de alternatieve dokter daarin niet wordt bevoordeeld boven de alternatieve fysiotherapeut: beiden gaan immers BTW betalen over hun ‘nutteloze’ behandelingen.

Deze verwijzing doet echter niet terzake. In het Solleveld-arrest werd – na voorafgaande interventie door de Europese rechter – door de Nederlandse rechter aan de fysiotherapeut Solleveld voor een door hem gepraktiseerde alternatieve behandeling alsnog de BTW-vrijstelling toegekend ter ongedaanmaking van de schending der fiscale neutraliteit. Het scholingsniveau van Solleveld voor die interventie was namelijk gelijkwaardig was aan die van CAM-(tand)artsen die voor dezelfde alternatieve therapie wel de BTW-vrijstelling genoten. Omdat in het BTW-plan zowel de CAM-arts als de BIG-geregistreerde alternatieve therapeut alsnog BTW-plichtig worden, doet de situatie van het Solleveld-arrest zich hier niet voor.

Dit arrest wordt echter weer relevant als het BTW-plan door de wetgever zou worden aanvaard en de daarin geschonden fiscale neutraliteit tussen de BTW-vrijgestelde reguliere dokter en de niet vrijgestelde CAM-arts alsnog door de rechter – hetgeen mag worden verwacht – ongedaan wordt gemaakt. Dan herleeft de mogelijkheid dat tussen de alsnog vrijgestelde CAM-arts en de BIG- geregistreerde CAM-therapeut een niet gerechtvaardigde ongelijke fiscale situatie ontstaat welke op basis van het Solleveld-arrest ongedaan moet worden gemaakt. Hier heeft de VtdK met haar verwijzing naar dat arrest dus slechts de klok horen luiden, maar weet zij niet waar de klepel hangt.

CAM is volgens de Zesde BTW-richlijn evenzeer geneeskunde als reguliere geneeskunde

Tenslotte is de uit het BTW-plan blijkende opvatting van de VtdK dat de beoefening van CAM in feite geen geneeskunde is maar volksverlakkerij, in strijd met artikel 13, A, lid 1,sub c, Zesde EU-richtlijn omzetbelasting volgens hetwelk sprake is van gezondheidsverzorging van de mens indien behandelingen worden uitgevoerd met het doel diagnose, behandeling en voor zover mogelijk, genezing van ziekten of gezondheidsproblemen, zodat daarmee een therapeutisch doel wordt nagestreefd (vgl tevens arrest HvJ EG 20 november 2003, D’Ambrumenil en Dispute Resolution Setvices, C. 307/0. Jurispr. Blz 1-13989, punt 57). CAM is dus geneeskunde, evenals reguliere geneeskunde.

Fiscale kwakzalverij

Het BTW-plan van de VtdK behelst ernstige fiscale kwakzalverij en is dus niet meer dan een wangedrocht. Het is gebaseerd op notoire discriminatie jegens CAM wegens de substantiele tenachterstelling bij de reguliere geneeskunde, het voorstel is legislatief willekeurig omdat het reguliere artsen eenzijdig en sterk bevoordeelt en hen exclusief in staat stelt hun eigen fiscale lot naar eigen believen zelf te bepalen ten koste van hun CAM-beroepsgenoten, het lokt reguliere medici uit tot manipulatie door deelname aan het profijtelijke belastingpokerspel, het plan impliceert voorts een grove schending van het fiscale neutraliteitsbeginsel en het wordt ook niet gesanctioneerd door een beroep op het Solleveld-arrest.

De enige drijfveer tot het lanceren van dit rammelende plan is om CAM zoveel mogelijk uit te roeien. Dit plan vertolkt schaamteloos de overbekende VtdK-ideologie dat alle vormen van CAM volstrekt nutteloos zijn. De in dit plan uitgedragen superioriteit van de reguliere geneeskunde ten opzichte van CAM wordt echter niet gestaafd door de wetenschappelijke feiten inzake de nog maar bescheiden bewijspositie van de ‘eigen’ reguliere geneeskunde inzake haar effectiviteit en – zo voegt IOCOB er nog aan toe – haar veelal discutabele medicatie-veiligheid en haar relatief hoge zorgkosten.

Het BTW-plan houdt ook op geen enkele wijze rekening met de belangen van de vele patiënten die gebruik wensen te maken van CAM, het voorstel verspert de vrije artsenkeuze en drijft de zorgkosten verder op. Daarom is dit plan ook schadelijk voor de volksgezondheid. Het plan tracht voorts de huidige politieke beleidsmakers ertoe te verlokken om de na moeizame parlementaire strijd en de massale publieksactie uiteindelijk tot stand gekomen huidige medische vrijstelling, uitsluitend voor CAM-behandelaars geheel af te schaffen. Het BTW-plan is louter gebaseerd op strikt sektarisch wensdenken en het is dan ook maar beter om dit aan alle kanten rammelende fiscale plan als niet geschreven te beschouwen.

IOCOB-advies aan de fiscale kwakzalvers

Mocht de VtdK haar voorstel desondanks nog steeds als kansrijk bij de fiscale- en gezondheidswetgever beschouwen, dan volgt hier als handreiking aan de VtdK een constructief advies van IOCOB dat kan bijdragen tot de aanmerkelijke verbreding van het bescheiden draagvlak van het BTW-plan en de praktische uitvoering ervan.

Breng het BTW-plan terug tot slechts 1 wetsartikel, bestaande uit twee volzinnen, en waarvan de tekst als volgt luidt:

‘De in de Wet op de Omzetbelasting 1968 vervatte BTW-vrijstelling voor gezondheidskundige diensten is slechts van toepassing op de onder CAM te rangschikken onderscheidene behandelvormen indien en voorzover dr C.N.M. Renckens, gynaecoloog n.p. te Hoorn, zulks beslist. Tegen diens beslissing staat generlei rechtsmiddel open.’

Dit simpele IOCOB-advies komt geheel tegemoet aan het simplisme van de fiscale kwakzalvers der VtdK.

Noot

*1 . Arrest Hof van Justitie van de EG 27 april 2006, nr. C-443/04, BNB 2006/256 (conclusie Kokott, noot M.E. van Hilten), ook besproken in onderdeel 4 van het Commentaar IOCOB op de Parlementaire Nota naar aanleiding van het Verslag Tweede Kamer 23 oktober 2009, nummer 31704, Belastingplan 2009. Voor raadpleging van het Commentaar IOCOB dient u de volgende doorklikmogelijkheid te benutten.

Berichten

  1. A W Reijersen van Buuren zegt:

    Farmaceuten en universiteiten gaan wereldwijd op zoek naar medicijnmannen, sjamanen en alternatieve genezers enzovoort waarna ze daar bestuderen wat die alternatieven doen en vervolgens wordt daar wetenschappelijk onderzoek naar gedaan (kennis stelen). Daarna worden de bovengenoemde groepen afgebrand door de farmaceuten en zo ging het vroeger ook al (Roma / Sinti). Vaak blijkt dat de planten die de bovengenoemde groepen gebruiken wel degelijk stoffen bevatten die goed zijn voor hun patienten. Er was een documentaire over bij History Channel of zo. Bronnenonderzoek doen!!!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *