Grootste objectieve website voor
 complementaire en alternatieve geneeskunde

IOCOB

Home > Extra > Gezondheidscolumn > Mist verhult Inzicht: Lyotard en het postmoderne weten

Mist verhult Inzicht: Lyotard en het postmoderne weten

Share |
Lyotard, grondlegger van het postmodernisme

    Lyotard, vader  van het postmodernisme

Clouds obscure our vision. Mist verhult inzicht. Dat is de eerste associatie die opkomt bij het lezen van Jean Francois Lyotard’s ‘La condition postmoderne. Rapport sur le savoir 1979′, gelukkig ook uitgegeven in het Engels (The Postmodern Condition: A report on Knowledge‘, en zelfs in het Nederlands: Het postmoderne weten. Een verslag. 1987.

‘In each period there is a general form of the forms of thought; and, like the air we breath, such a form is so translucent, and so pervading, and so seemingly necessary, that only by extreme effort can we become aware of it’ schreef Alfred North Whitehead (1933: 21). Het postmodernisme dringt door in onze hele cultuur, en is dat wat Whitehead de ‘forms of thought’ noemt. Lyotard helpt ons die ‘forms of thought’ te doorgronden.

Jean Francois Lyotard is gewild of ongewild de grondlegger geworden van een nieuwe stroming in de wetenschapsfilosofie, die gebaseerd is op twijfel aan wat de wetenschap met een hoofdletter allemaal heeft opgeleverd. Dat is het kenmerk van de postmoderne wetenschap, Postmodern Science, twijfel, met Lyotard’s eigen woorden, direct in het eerste hoofdstuk van zijn werk:

“Simplifying to the extreme, I define postmodern as incredulity towards metanarratives”.

Ik heb ook gelijk: het ontstaan van een Nomadische Wetenschap

In plaats van het Metanarrative, of te wel de inzichten van de gangbare wetenschap, wil Lyotard en de postmodernen met hem het narratief plaatsen, de inzichten die overal ontstaan vanuit allerlei perspectieven op aspecten van het leven, en dus ook op aspecten van de wetenschap. Iedereen heeft in de postmoderne wereld recht op zijn eigen inzicht. Ik heb ook gelijk, zo spreekt men de postmoderne visie uit. Met het beschikbaar zijn van enorme databanken ‘at our fingertips’ is het tegenwoordig voor een ieder die kan lezen vrij eenvoudig om de meest extreme visie te ontwikkelen op welk probleem dan ook, en daarvoor bewijzen aan te dragen. Zo ontstaat een subcultuur met eigen taal en eigen tekens. Deze subcultuur wordt ook wel eens met de Nomadische Wetenschap aangeduid. Nomadisch, omdat ze zich nergens aan hecht, geen duidelijke wortels heeft, en elke keer weer van plaats verandert.

Lyotard en de zijnen werkten dat mooi uit, maar zijn geen van allen exacte wetenschappers. Ze missen dan ook de verankering in de wetenschappelijke traditie en weten niet hoe vooral beta-wetenschap tot stand komt. De visie van Lyotard mondt namelijk uit in een willekeurige verzameling van meningen, narratieven, en dan zie je door de bomen het bos niet meer. Bovendien blijkt dat de diverse ‘stammen van wetenschapsopvattingen’ die we tegenwoordig op het net kunnen aantreffen, vrij snel hun eigen ‘Metanarratief’ scheppen. Vandaag schreven we op IOCOB bijvoorbeeld over de Laetrile affaire, een giftig middel waarvan men meent dat het kanker zou kunnen genezen.

Nomadische wetenschap: het geval Laetrile tegen kanker

Vanaf de jaren 70 ontstond er een subcultuur, een Nomadische Wetenschap die Laetrile steunde als zinvol antikanker medicijn. Om dit geloof te schragen, werden er allerlei niet ter zake doende pseudowetenschappelijke stukken geschreven. Heden ten dage kunnen we nog steeds adepten vinden van deze visie op het net. In plaats van vele uiteenlopende prive visies, ontstaat vrij snel een conglomeraat van opvattingen rond Laetrile als anti-kanker stof.

Binnen de oncologie ontstaat zo een nieuwe alternatieve opvatting. Aanvankelijk als Nomadische wetenschap. Maar deze consolideert snel in die subcultuur en verwordt zelf tot een nieuw Meta-narratief. Het aanvankelijke Nomadische Karakter verdwijnt en het geheel wordt een ingegraven, niet beweegbare bunker van Laetrile-weten, die zich klaar maakt voor de loopgraven oorlog. Daarvan kunnen we de tekenen opdelven in het internet. Een van de mooiste hedendaagse archeologische plekken. Graaf in het internet en vind de wortels van een aanvankelijke Nomadische Narratieve opvatting.

Lyotard en de zijnen hebben niet onderkent, dat al die kleine narratieve visies snel weer een soort ‘Meta-narratief’ worden en zo ontstaat een nieuwe tribe met nieuwe gewoontes. Doordat men beschikking heeft over krachtige zoekmachines, zal het hele web met haar databases afgezocht worden voor bewijs van de nieuwe aberante Meta-narratief die ontstaan is. Maar doordat er geen inzicht is in de waarde van de bouwstenen, ontstaat een bizar bouwsel. Vanuit Mist ontstaat geen Inzicht. Integendeel. Doordat de leden van de nieuwe tribe leken zijn, wordt er te hooi en te gras geciteerd dat wat in het kraam te pas komt. Op het eerste gezicht allemaal plausibel voor niet ingewijden (leken en patienten dus). Omdat de bouwstenen verzameld zijn in de mist van weten, leidt het bouwwerk niet tot beter inzicht in de behandeling van kanker.

Laetrile is een mooi en een van de eerste medische voorbeeld van de weg van het narratief, als het gangbare Meta-narratief binnen de postmoderne context verlaten wordt.

Begin van de postmoderne idee

We kunnen het begin van de postmoderne idee terugbrengen naar het betoog tussen Albert Einstein en Henri Bergson in de ‘Societé de Philosophe of Paris’ op 6 April 1922. Ik citeer hier:

In his special theory of relativity, Einstein had calculated how time, in a particular reference system moving away at a constant velocity, appears to slow down when viewed from another system at rest relative to it. Subsequently, in his general theory of relativity proposed in 1916, he extended the theory and came to the conclusion that ‘every reference body has its own particular time’ (Einstein, 1916/1952: 26) thereby dismissing the idea of a universal time. (Robert Chia, 1999) Dit was eigenlijk een van de eerste postmoderne ‘deconstructies’ van schijnbaar zekere en harde feiten (dat de tijd overal hetzelfde is en verloopt).

De kern van postmodernisme volgens Chia

Het is afsluitend verhelderend om de opvattingen van Chia over postmodernisme (POMO) te bespreken, omdat deze denker een van de weinige is, die uiteindelijk helder uit eenzet wat de essentie van POMO is. Vanuit zijn analyse begrijpen we ook dat binnen het POMO discours eigen ervaringen en zelfs volkomen gevaarlijke en onjuiste intuïties een plaats krijgen. Zo vinden we op FB mensen die gemalen paardebloemwortels tot zich nemen tegen kanker, omdat er net een kleine studie begonnen is bij 30 kanker patienten waarbij een speciaal paardebloem extract in 30 patienten getoetst wordt. Men meent intuitief dan meteen dat paardebloemwortel goed zal zijn, het komt verder immers ook uit de natuur.

Deze tegennatuurwetenschappelijke tendens past binnen de POMO. We analyseren het denken binnen de POMO stap voor stap met Chia.

According to the postmodern view, therefore, modern societal evolution and progress seems to have proceeded ‘of its own accord’ with an ‘autonomous motoricity that is independent of us’ (Lyotard, 1992: 66). It is the nature and character of this strange ‘autonomous motoricity’ that postmodern analyses seek to render more transparent and comprehensible.

en:

For, we know far more than we can tell (Polanyi, 1966). There is an extensive realm of subliminal comprehension that resists and defies linguistic translation. Such subliminal and oftentimes sub-conscious forms of knowing can only be accessed indirectly and alluded to elliptically. For this reason, much of what is written within this postmodern awareness oftentimes appear unnecessarily obscure to the uninitiated. However, it is this refusal to capitulate to the reductionistic instincts ofmodernism which defines the postmodern project.

The postmodern, then, is centrally concerned with giving voice and legitimacy to those tacit and often-times unpresentable forms of knowledge that modern epistemologies inevitably depend upon yet conveniently overlooks or glosses over in the process of knowledge-creation.This is the real purpose and value of the postmodern critique.

en

Correspondingly, postmodern science, which is based upon this processual mode of thought eschews atomistic thinking in favour of a flowing undifferentiated wholeness in which the ultimate unit of reality is not an atom but ‘pulses of energy bound together by a thread of “memory”‘ (Gunter, 1993: 137).

Chia geeft aan dat terwijl in de moderne wetenschap alles ‘gesolidificeerd’ is, gebaseerd is op vaste contouren en begrippen, die door de taal omschreven zijn, in de postmoderne wetenschap alles meer Heraclitisch of Taoistisch vloeibaar is. PM geeft wel aan te accepteren dat door middel van taal en het definieren van begrippen we in kunnen grijpen in de wereld en dingen kunnen veranderen. Maar die benadering is instrumenteel en niet noodzakelijkerwijs juist of waar: “In other words, theories may be workable, but may not be timelessly true.”

De PM wetenschapper richt zich daarom om dat flowende, niet concrete: to explore and sensitively articulate tacit and oftentimes unconscious forms of knowing in a manner that remains faithful to the subtle nuances of the gestalt processes of comprehension. Hij haalt dan een kunstcriticus aan die de volgende visie heeft op de postmoderne kunstenaar (!):

It is a kind of unconscious scanning that produces knowing that is inherently unreacheable through the modern scientific approach with its overwhelming reliance on precise and rigid terms, concepts, and categories. This “full” emptiness of the unconsciousness scanning process occurs in nearly all forms of creative works….This is the more subtle form of awareness that postmodernists draw our attention to.

Opvallend is dat Chia hier niet meer over wetenschap spreekt, maar over kunst. De vraag blijft dan ook open of deze PM benadering ook zinvol binnen de wetenschap gebruikt kan worden. En of al het deconstrueren ook nog leidt tot iets zinvols, bruikbaars of hanteerbaars.

Postmodern analyses, on the other hand, emphasize the vaguely intuited, heterogeneous, multiple and alinear character of real-world happenings, zo stelt hij. Hij vertrekt dan om aan te geven hoe een en ander invloed heeft op hoe wij menselijk gedrag vanuit het PM perspectief zien:

Human action and motives must, therefore, not be simply understood in terms of actors’ intentions or even the result of underlying generative mechanisms, but rather in terms of unconscious metaphysics, embedded contextual experiences, accumulated memories and entrenched cultural traditions that create and define the very possibilities for interpretation and action.

Dit leidt tot de volgende positie binnen PM wetenschap:

Against the grand narratives of universal truths, total control and predictability that defines the modernist agenda, postmodernism advocates a more tentative and modest attitude towards the status of our current forms of knowledge.

en

Finally, instead of thinking in terms of tightly-coupled causal explanations that attempt to deterministically link observed phenomena with underlying tendencies, postmodernism privileges the ideas of reminiscence, resonance, recursion and resemblance as more adequate expressions for describing the ‘loosely-coupled’ and non-locally defined web of event-clusters that constitutes real-world happenings

Daarmee geeft PM expliciet de ruimte aan intuïtieve visies en opvattingen die niet gestaafd worden door wat we in de moderne geneeskunde feiten noemen.

Ontevredenheid en wantrouwen bij zekerheid en bij vrijheid

We willen eindigen met enkele opmerkingen rond het vertrouwen in artsen en ziekenhuizen. Het lijkt erop alsof dat vertrouwen in onze maatschappij afbrokkelt. Wantrouwen is een functie van dreiging en onzekerheid. In een postmoderne maatschappij is toename van wantrouwen een fenomeen, waar Zygmunt Bauman al op wees in 1997, in zijn magistrale werk ‘Postmodernity and its Discontents’. Daarin stelt Bauman dat in de moderne cultuur onvrede ontstaat omdat er te veel zekerheid door gebondenheid is, en daardoor te weinig individuele vrijheid en mogelijkheden tot plezier. In een postmoderne cultuur is er onvrede omdat er te weinig zekerheid is, daar iedereen maximale vrijheid heeft genomen om het eigen plezier na te streven.

Januari 2016, JMKH

Whitehead, A. N. (1933), Adventures of Ideas, Harmondsworth, Middlesex: Penguin.

Robin Durie (1999), Duration and Simultaneity: Bergson and the Einsteinian Universe.

Robert Chia. Organization Theory as a Postmodern Science DOI: 10.1093/oxfordhb/9780199275250.003.0005 In book: The Oxford Handbook of Organization Theory, Publisher: Oxford University Press, Editors: H Tsoukas and C. Knudsen

Ilya Prigogine’s (1996) The End of Certainty.

Zygmunt Bauman. Postmodernity and its Discontents, 1997.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *