complementaire en alternatieve geneeskunde
|
|
| Waarom kiezen kanker patienten voor alternatief? |
|
Waarom kiezen kanker patienten voor alternatief? Dat is een vraag waar velen van ons zich over buigen. Wat mankeerde Sylvia S.? Nu een bijzondere analyse in een artikel van een Engelsman en een Australier in een sociologisch tijdschrift dat weinig dokters lezen. Het artikel verscheen in december 2007 en we bespreken het hier omdat het een paar duidelijke aanknopingspunten kan geven! Beleving van patienten en EBM zijn niet zonder meer compatibel, dat blijkt duidelijk uit de analyse van de twee sociologen.
Alternatieve geneeskunde wordt steeds populairder en ook het gebruik ervan door kankerpatienten neemt toe, in ieder geval op mondiale schaal. Het neemt zelfs zo duidelijk toe, dat het ministerie van gezondheid in Groot Brittanie wegen naar integratie zoekt: "potential integration of CAM into the UK cancer services has become a key issue for the Department of Health." Omdat we in Nederland net het KNMG debat gehad hebben, en steeds weer bepaalde vormen van redeneringen herhaald worden. De argumenten tegen alternatief zijn: het is niet bewezen, het is weg gegooid geld om CAM te onderzoeken, omdat het toch niet kan werken (Vereniging tegen de K argument). Laten we nu dan maar de sociologen aan het woord met hun inleiding: Denkramen beperken!De beweging naar een meer totale, minder exclusieve biomedische benadering van de kankerpatient is langzaam, aldus de auteurs. De meeste biomedisch gerichte artsen pleiten, om eerst te kijken naar de successen van een biomedische benadering, voordat alternatief gekeken kan worden. Zonde van het geld en de mankracht om daaraan te verspillen.Echter: het paradigma of wel het denkraam van de reguliere arts staat die integratie in de weg. Dat is steeds duidelijker voor CAM artsen, patienten en sociologen.... Maar nog niet voor de dokters zelf, Piet Borst liet dat in de NRC van 15 december weer eens duidelijk zien, dank Piet! En patienten willen de keuze zelf bepalen, en die keuze wordt niet gemaakt op basis van EBM alleen. Citaat:However, the movement toward a more rounded, and less exclusively biomedical approach to cancer care has been slow. Although national cancer policy is increasingly advocating, albeit implicitly, ‘integrative’ and ‘patient-centred’ practice (DoH, 2000, 2004), a virtual stalemate in debate about ‘evidence’ and ‘efficacy’ has prevented any real progress being made. Many biomedical clinicians and health researchers argue for the development of a biomedical-type evidence base before there is even consideration of using CAM therapies for National Health Service (NHS) cancer patients (Ernst, 2001). ‘Unproven’ therapies, it is argued, should not be offered to patients (House of Lords, 2000) due to risks of potential harm and wasting NHS resources.However, an increasingly popular perspective among CAM practitioners, patient groups and some social scientists, is that professional gate-keeping, paradigmatic incommensura- bility and restrictive understandings of ‘evidence’ are the real barriers to state funding of CAM for cancer patients (e.g. Borgerson, 2005; Broom and Tovey, 2007). Moreover, cancer patients themselves are increasingly choosing treatments regardless of their clinical ‘efficacy’ (e.g. Lewith et al., 2002); suggesting the pursuit of evidence-based medicine (EBM) in cancer care may have little resonance with many patients’ experiences.
Patienten begrijpen meer dan de dokter denktHet merendeel van de patienten begrijpen de aspecten van wetenschappelijk bewijs van kanker behandelingen, en de zin daarvan voor therapie keuze. Maar tevens voelen velen dat de wetenschappelijke benadering alleen niet voldoende aansluit bij hoe hun lichaam zal reageren op de behandeling. while cancer patients understand the nature of ‘scientific’ evidence per se, and its use- fulness in certain scenarios, many also perceive scientific evidence to be inadequate for measuring ‘effectiveness’ and thus predicting how their body will respond to treatment. De behoefte om zelf een band te krijgen met wat er aan het lijf gebeurd, en inzicht in de verschillende therapeutische mogelijkheden is binnen de biomedische context moeilijk vorm te geven. De biomedische context depersonalificeert en er ontstaat een gevoelde tweespalt tussen het eigen beleefde lijf en wat de dokter voorstelt aan wetenschappelijk onderbouwde behandelingen. These very needs, we argue, are heightened for some patients through processes of depersonalization within biomedical contexts, creating a dialectical tension, for patients, between individuation (e.g. agency, self-responsibility and individualized healing) and depersonalization (e.g. cure rates and statistical probabilities), within which individual prognosis and age play an important role. EBM als negatieve factor in de belevingDe sociologen gaan verder met hun analyse. EBM staat namelijk in de beleving sortoff haaks op wat de patient en de CAM arts proberen te bereiken. EBM wordt vaak aangehaald als reden om alternatief te weren. EBM maakt volgens critici ook een individuele benadering van de patient moeilijk. De biomedische oplossingen sluiten verder weinig aan bij de vragen van de patient. De EBM lijkt dan ook het centrale onderwerp om verder onder de loep te nemen. EBM, as a policy framework, is often cited as a justification for the exclusion of CAM practices. However, critics argue that EBM is, ideologically, highly restrictive, a threat to doctor–patient communication and to the value of individual clinical judgment (e.g. Mykhalovskiy, 2003). Moreover, it may be the case that, increasingly, biomedical views on what constitutes effectiveness play less of a role in patients’ treatment choices and differ considerably from the views of many CAM practitioners (Borgerson, 2005). Thus, the question of the barriers posed by EBM, and its therapeutic legitimacy, is a central issue that needs examining in terms of the potential role of CAM in cancer care. Never the two will meet?Tot nu toe was de dialoog tussen CAM en regulier erg moeizaam. Onze eigen KNMG discussie is daar een mooi voorbeeld van. De structuur van het debat cirkelt altijd om het bewijs, de EBM. Efforts to prompt biomedical organizations and clinicians to critically engage in debates about ‘evidence’ production and address complex ideological and paradigmatic issues have been largely unsuccessful. A major schism persists between critics and proponents of CAM – a schism that largely settles on the issue of evidence. Ondanks ht feit dat er nu langzaam CAM-achtige infusen gestart worden in enkele kanker centra (healing touch, reflexologie, meditatie) is er nog een grote Freeze situatie. De echte interesse om over de paradigma kloof heen te reiken is nog moeilijk vindbaar. Thus far there has been lit- tle acknowledgement of, or preparedness to engage in, debates about the epistemological and ontological issues that arise in attempts to measure the ‘effectiveness’ of paradigmatically distinct modalities. Inzicht In ZelfVanuit moderne sociologische analyses is duidelijk geworden dat: 1. Het biomedische model van ziek en gezond wordt aangevuld met een zelf-gerichte geindividualiseerde opvattting van heling en 'beter voelen'. 2. Het genezingsproces is een individu gerichte ontwikkeling, 3. In dit proces spelen aspecten als het authentieke zelf een grote rol. Dit klinkt behoorlijk abstract, maar de kern is dat ieder mens in zijn ziekte een uitdaging kan zien om het zelf te leren kennen en te zoeken en te voelen wat balans en 'beter' is, en hoe dat te bereiken. Dit sluit geheel aan op de moderne body-mind benaderingen die IOCOB elders op deze website bespreekt. Hoe zeggen de sociologen het: There have also been very recent attempts to theorize the potential implications, at an individual level, of new therapeutic models of care and their implications for changing notions of selfhood (e.g. Doel and Segrott, 2003; Sointu, 2006). This work has examined the degree to which CAM use represents a significant shift in conceptions of disease and selfhood. In particular, the notion of wellbeinghas emerged recently as a potentially useful concept for characterizing what CAM offers to the individual. Departing from biomedical notions of being ‘cured’, ‘healthy’ or ‘disease-free’, wellbeing encapsulates notions of authenticity, recognition and self-determination; restructuring ‘health’ as a subjective and individualized process (Bishop and Yardley, 2004; Sointu, 2006). CAM use is thus conceptualized as a project of the self – an individual search for recognition as being an authentic self that is both ‘discovered’ by the individual and shaped by the nature of individual therapeutic practices. De essentie van het probleem binnen kanker: CAM versus regulier wordt door hen als volgt gezien, en ze verlaten daarmee de focus van de verschillende paradigma's: Rather than reflect- ing broad paradigmatic change, we argue that the increasing presence of CAM in cancer care should be characterized as a dialectical tension between thera- peutic processes engendering individuation (e.g. agency, self-responsibility, wellbeing, individual healing) and depersonalization (e.g. cure rates, probabili- ties, abstraction). Moreover, the ways in which patients attempt to manage this dialectic is deeply embedded in the nature of their disease (i.e. disease stage and prognosis) and their age. De sociologen testen hun visie in een project, waarbij ze diepte interviews hielden met 80 kanker patienten. Dit project duurde 30 maanden en leverde een grote hoeveelheid materiaal op, hoe patienten kanker behandelingen ervaren. Eigen ervaring en gevoel kanker patientenDe meeste patienten vonden het erg moeizaam om voorgelicht te worden in termen van mogelijkhden om te genezen en de statistiek daarvan...: A significant proportion of these patients, regardless of whether they had opted to use CAMs or not, had ambivalent (if not negative) feelings towards statistics and probabilities on ‘cure’. Het was niet zo dat ze statistiek afwezen en niet geloofden, ze hadden grote problemen om de algemene gegevens te begrijpen vanuit hun eigen situatie. Om de essentie ervan toe te passen op zichzelf. Het bleef eigenlijk 'verwegvanmijnbed kennis'. Biomedicine was not, in large part, considered flawed as a discipline, nor were statistics viewed as hav- ing no use. In fact, most of these patients acknowledged that statistics were accurate in terms of how the average numberof people will react to a partic- ular treatment. However, a significant proportion felt that this told them lit- tle about how they personally would react to treatment. De toepassing van de statistische gegevens op de eigen situatie had duidelijk problemen: a common view was that it was not that one had a certain percentage chance of survival, but rather, it was that a certain percentage of people would survive. Initially this seems like split- ting hairs, but in fact, it vividly illustrates what many participants felt biomed- ical statistics could not give them – concrete knowledge about how they, a unique individual, would react to treatment. Statistics were viewed as a crude conglomerate of disparate bodies and unique lives. De statistiek van overleving sloot dus duidelijk niet aan bij de situatie van de patient, het was een ervaren tegenstelling van koude getallen en het eigen levende lijf. En hoe kleiner de kans dat de patient zou overleven, hoe groter het gevoel dat statistiek niet helpt met het maken van een beslissing... The more the ‘odds’ were ambigu- ous or negative, the more statistics were viewed as unable to predict. Het gebruik van CAM door de patient sloot aan bij onduidelijkheid en onzekerheid van het biomedische model: These patients’ critiques of science, biomedical knowledge and utilization of CAMs, in this context, could be construed as a response to the uncertainty of an ambiguous diagnosis, and indeed, these patients were fully aware of this dis- course of CAM use. Statistiek was ook een negatieve hypno-factor: hoop en demoralisering werd er door in de hand gewerkt. a strong desire to retain their own subjectivity and self-determination. Statistics, in many cases, were seen to demoralize and take away ‘hope’. Erger nog: Scientific evidence and biomedical treatment processes were seen to limit human agency, produce anxiety, and in extreme cases even induce death as patients choose to ‘give up on life’. Statistiek en Zelf beleving
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Commentaar |
Powered by JoomlaCommentCopyright (C) 2006 Frantisek Hliva. All rights reserved.Homepage: http://cavo.co.nr/
| ||||||
| ||||||
| ||||||
| ||||||
| ||||||
| ||||||
| ||||||
| ||||||
| ||||||
|
|
| Bezoekers? |
|---|
| We hebben 31 gasten online |
|
Onze sponsor
Uw advertentie hier? |
|
|
|
|
van complementaire behandelwijzen. Alle rechten voorbehouden.
