complementaire en alternatieve geneeskunde
|
|
| KNMG standpunt alternatieve geneeskunde |
|
Het standpunt van de KNMGHet standpunt van de KNMG is aldus, en voor de duidelijkheid splitsen we het standpunt op in 5 delen: 1. De KNMG wijst alle complementaire en alternatieve geneeswijzen af die niet door artsen worden uitgevoerd. 2. Artsen mogen zulke geneeswijzen alleen onder voorwaarden toepassen. Zo moet eerst reguliere diagnostiek en therapie worden ingezet, mag de patiënt geen noodzakelijke behandelingen mislopen en 3. geen risico lopen of schade lijden. 4. Ook moeten artsen die alternatieve behandelwijzen toepassen aan dezelfde kwaliteitseisen voldoen als regulier werkende artsen. 5. Het is echter geen formele kwaliteitseis dat artsen evidence-based werken. De visie en de detailsHet standpunt klinkt op zich vrij logisch, maar kenmerkend is de defensieve positie die in de bewoording doorklinkt. Er is nog geen duidelijke aanbeveling te vinden hoe we in de 21ste eeuw constrtuctief gebruik kunnen gaan maken van complementaire en alternatieve behandelvormen. Verder is een deel van het standpunt vermoedelijk niet realiseerbaar. Nemen we het eerste punt.1. Dat alleen artsen complementaire en alternatieve geneeswijzen zouden mogen uitvoeren. Onhaalbaar, want er zijn namelijk heel veel niet-artsen, die paramedicus zijn in het complementaire veld actief, zoals bijvoorbeeld fysiotherapeuten die als manueel therapeut of acupuncturist of haptonoom werken. En ook veel psychologen werken zelfstandig binnen de medische muren, en stellen diagnoses en behandelplannen op, die ze uitvoeren. Verder zijn er mensen die menen dat artsen juist NIET alternatief zouden moeten behandelen. Ditr is natuurlijk bijzonder vreemd, want vooral artsen zijn getrained in pluis van niet pluis te ondrscheiden, en leveren goede kwaliteit zorg. En aangezien de effectiviteit gelijk is aan de kwaliteit van behandelen maal de acceptatie door de patient, lijken artsen juist zeer geschikt om alternatief te behandelen. 2. Zeer duidelijk is de aanwijzing dat eerst reguliere diagnostiek ingezet moet worden. Minder duidelijk al meteen dat ook eerst reguliere therapie zou moeten toegepast. Immers, er bestaan reguliere interventies die niet evidence based zijn en niet-reguliere therapie die wel evidence based is. Impliciet opgenomen binnen punt 2 is dat er een duidelijk verschil te definieren is tussen reguliere therapie en niet reguliere therapie. Dat is er echter niet. Er worden namelijk inmiddels op vele universiteiten van naam delen uit de complementaire therapie onderwezen. Uiteenlopende interventies die complementair heten te zijn hebben een EBM karakter, zoals bijvoorbeeld hypnotherapie voor operaties, bepaalde fytotherapeutische interventies bij cognitieve functiestoornissen, acupunctuur bij misselijkheid, mindfulness bij depressie etc. De evidentie voor dit soort behandelingen doet niet onder bij de evidentie van veel reguliere behandelingen. 3. De eis geen risico te mogen lopen is idealiter een mooie eis, maar elke therapie draagt een risico, en misschien dragen bepaalde reguliere behandelingen soms een groter risico dan men denkt. In het rapport van de Raad van Volksgezondheid en zorg uit 2005 bleek dat complementaire interventies veel veiliger zijn als in het algemeen wordt verondersteld. Ook bij de inspectie bleken geen ernstige bijwerkingen gemeld te zijn. De stelling is te verdedigen dat veel complementaire interventies veiliger zijn dat reguliere therapie. Een collega liet ons per email ook nog weten dat: bij de schade van reguliere behandelingen is het belangrijk voor iedere arts te beseffen dat schade door iatrogene oorzaken afhankelijk van aard van onderzoek op plaats 2 of 4 staan van alle doodsoorzaken! Dat maakt ons wat bescheidener. 4. Dat ook alternatief werkzame artsen kwaliteit moeten leveren; dit punt zal iedereen wel onderschrijven. 5. Het uit de discussie laten van evidence based werken is erg boeiend, want dat is waar de leden van de vereniging tegen de kwakzalverij altijd naar verwijst, geheel onterecht overigens. Het is namelijk niet zo dat niet-reguliere behandelingen per definitie niet evidence-based zijn en reguliere wel... Dit thema is inmiddels al op Fusion 2006, het congres voor integrale psychiatrie 2006 en het afscheidssymposium voor Dr Severijnen uitvoerig toegelicht. Tenslotte, en misschien als eerste punt, er bestaat geen 'alternatieve geneeskunde', dat is een verzameling van zeer heterogene interventies, waarbij rijp en groen, zinvolle en zinloze behandelingen gevonden kunnen worden. Het zou zinvol zijn de WHO aanbevelingen op het gebied van de complementaire behandelvormen mee te nemen in de discussie van de KNMG. Verder is het misschien boeiend erop te wijzen dat in de USA men steeds vaker overgaan op de termen Mainstream en (nog) niet Mainstream behandelvormen.... Het enige verschil is dan dus nog dat de niet-mainstream stromingen minder vaak en diepgaand onderwezen worden en minder centraal staan in onze Westerse medische wereld..Van Defensief naar InnovatiefHet KNMG standpunt wordt momenteel vanuit 2 richtingen bestookt, vanuit de conservatieve lobby die meent dat iedere alternatieve behandelvormen pure kwakzalverij is, en vanuit de hedendaagse realiteit, waarbij delen van het standpunt al achterhaald blijken te zijn. Wat is nu wijsheid? Wijsheid is om een standpunt te formuleren op basis van een gemeenschappelijke visie over hoe de gezondheidszorg in de 21ste eeuw eruit kan zien. Daarbij is het zeker inspirerend en zinvol om om ons heen te kijken, buiten de polderdijken. Naar wat de artsenvereniging in Amerika hierover denken bijvoorbeeld. Daar zijn ze eigenlijk al verder dan wij. Ze beseffen immers dat we als artsen dreigen onmachtig te worden, door de steeds toenemende zorgvraag. Vergrijzing en de wensen en verwachtingen van de patient maken de oude paternalistisch getinte benadering niet meer van deze tijd. De arts bezit niet meer de kennis alleen en de patient komt niet alleen zijn kennis halen. Er ontstaat een veel dynamischer interactie tussen beiden. Hoe verliezen we als artsen nu deze dreigende onmacht? Want kortgeleden meldde ook een werkgroep van VWS dat de zorgvraag in deze tijd zo toeneemt, dat als we die willen beantwoorden we blij mogen zijn als vele niet artsen ook hun ondersteuning bieden. We kunnen het als dokters alleen absoluut niet meer aan. Die tendens zien we al ontstaan met de komst van de nurse-practitioners. We hebben als artsen geen pasklaar antwoord meer op de vele vragen en behoeftes van de patienten, dus laten we blij zijn met hulp uit de niet-reguliere hoek. Bovendien vragen de patienten daar expliciet naar. Verder zijn er al lang veel niet-artsen binnen de niet-reguliere zorg bezig, fysiotherapeuten die manuele therapie, haptonomie en acupunctuur doen bijvoorbeeld. De American Medical Assocation, de Amerikaanse KNMG, heeft kortgeleden als beleidsvsie uitgesproken: ...that our American Medical Association support the incorporation of complementary and alternative medicine (CAM) in medical education as well as continuing medical education curricula, covering CAM’s benefits, risks, and efficacy.Het is tijd in Nederland het Amerikaaanse voorbeeld te volgen en CAM op te nemen in reguliere onderwijsprogramma's. Meer dan dertig topuniversiteiten, zoals Dukes, Mayo Clinic, Harvard, Yale, hebben allen alternatieve en complementaire behandelvormen in het reguliere onderwijsprogramma. En wij blijven in Nederland ruzie maken, in plaats van elkaar te gaan leren. Verder is de EBM basis van veel alternatieve of complementaire behandelvormen minstens zo goed als van veel reguliere behandelvormen. Acupunctuur bijvoorbeeld wordt door veel kenners al gezien als niet meer alternatief, net zoals manuele therapie en hypnoherapie eigenlijk al regulier zijn geworden. Er zijn hele series Cochrane analyses op het gebied van de complementaire behandelvormen met positieve conclusies! Er is dus geen fundamenteel en geen wetenschappelijk verschil tussen regulier en alternatief. Geintegreerde Geneeskunde in NederlandDe arts moet coach leren zijn en de patienten begeleiden met die behandelvormen, die het beste geschikt zijn voor die patient, regulier en niet-regulier. Dit moeten de principes zijn waarop we de visie ontwikkelen over de verhouding tussen alternatief en regulier. Een fusion dus, zonder hokjesdenken. Putten uit het beste wat er is.Onze visie op moderne gezondheidszorg moet steunen op inzicht in wat voor de patient belangrijk is, en niet op hokjes denken. Het KNMG standpunt zou vanuit deze strategie opgebouwd kunnen worden, vanuit een dialoog in het veld, gestuurd vanuit de zorgvraag. En gericht op de transformatie van de arts-patient relatie naar een coach/coachee verbond. Gerelateerde artikelen
Powered by JoomlaCommentCopyright (C) 2006 Frantisek Hliva. All rights reserved.Homepage: http://cavo.co.nr/
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
| Bezoekers? |
|---|
| We hebben 43 gasten online |
|
Onze sponsor
Uw advertentie hier? |
|
|
|
|
van complementaire behandelwijzen. Alle rechten voorbehouden.
Artsen en alternatieve geneeeskunde: het standpunt van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst, KNMG, op dit gebied wordt eind November 2007 op een bijeenkomst in Utrecht besproken. Dat vindt plaats op 29 November in de domus medica, het bstuursgebouw van de KNMG. Op 