complementaire en alternatieve geneeskunde
|
|
Meest gebruikte behandelwijzen
Natuurgeneeswijze
Wetenschappelijke fundament natuurgeneeskunde
| Wetenschappelijke fundament natuurgeneeskunde |
|
De wetenschappelijke fundamenten van complementaire behandelvormen worden door IOCOB belicht. Hier een bouwsteen, die voor de natuurgeneeskunde in 2009 geschreven is door Hans van Waning, arts natuurgeneeskunde. Van Waning geeft een uitgebreid overzicht van een groot aantal behandelmethoden uit de natuurgeneeskunde, en omdat het veel informatie bevat, nemen we zijn penne- en denkvruchten hier integraal over.
Wetenschappelijke artikelen over de werkzaamheid van natuurgeneeskunde
Veel literatuur stamt van voor het jaar 2000. Veel natuurgeneeskundige therapievormen zijn in de loop van vele eeuwen tot ontwikkeling gekomen, tot zij een soort “eindvorm” hebben bereikt. Daarvan is precies bekend bij welke indicatie deze moet worden toegepast, hoe deze moet worden aangewend en welke effecten zijn te verwachten. Het is als bij een modern anatomieboek: hierbij hebben ook niet de behoefte alles nogmaals opnieuw, al of niet dubbelblind te testen Vastentherapie
Literatuur vasten en asthma
Voedingstherapie Het wetenschappelijk onderzoek van voedingstherapie bij mensen is op gang gekomen door de Zwitserse arts Max Bircher Benner (1867-1939), inderdaad de ontdekker en promotor van de Muesli, destijds een boerengerecht, waarin fruit het hoofdbestanddeel vormde. Hij en zijn zonen hebben in het tijdschrift “Der Wendepunkt” regelmatig resultaten van hun studies gepubliceerd. Mevrouw Johanna Budwich heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan het aantonen van het belang van omega 3 vetzuren (uit lijnolie) en was haar tijd ver vooruit. Jacobs e.a. (1991) vond 4 vergelijkend gecontroleerde studies naar het effect van voedingstherapiën bij reumatische aandoeningen. Tegenwoordig wordt er veel onderzoek gedaan bij dieren, o.a. aan de universiteit van Wageningen. In talloze gerenommeerde tijdschriften worden deze onderzoeken gepubliceerd, waarvan de verkorte inhoud aan de burger wordt voorgeschoteld in talloze bladen, van Readers Digest tot Panorama, van Privé tot Santé, van Ode tot Medische contact. De invloed van voeding op een bepaalde ziekte, in dit geval spanningshoofdpijn, is door dr E Lugard in haar proefschrift “De effecten van een eliminatiedieet op spanningshoofdpijn en migraine duidelijk vastgesteld Dr F.A.C, Wiegant haalt al 132 artikelen aan in zijn literatuurstudie “het vegetarisme wetenschappelijk onderzocht. Dr Rinse, de biochemicus, heeft een dieet samengesteld, het zg Rinse dieet, waarbij met behulp van voedingssupplementen een cholesterol verlagend effect werd bereikt. E.e.a. werd bevestigd door:
Orthomoleculaire voedingstherapie Ik zal geen poging wagen alle evidence based onderzoeken aangaande orthomoleculaire voedingstherapie op te voeren omdat dit inmiddels enige tienduizenden onderzoeken zijn, waarin het effect van voedselbestanddelen (vitamines, mineralen, enzymen, eiwitten, vetten, enz, enz, ) aangetoond is. Toch wil ik een enkele uitzondering maken, o.a. voor het proefschrift van dr Gert E. Schuitemaker: “Riskfactors for cardiovascular diseases in a primary care population:their interrelationships, clinical outcomes and responses to intervention” Een lange titel, met een langer leven als gevolg. Mevrouw dr.Soerjomataram onderzocht in haar proefschrift ‘Multiple Primary Cancers in Patients with Breast and Skin Cancer’ Erasmusunversiteit 2007, welke factoren een rol spelen bij het optreden van meervoudige tumoren bij patiënten die eerder borst- of huidkanker hebben gehad. Haar bevindingen bevestigen het mogelijk beschermende effect van zonblootstelling, waarschijnlijk door de bijdrage aan de vorming van vitamine D. Hierbij komen de aanverwandte natuurlijke stoffen uit kruiden, struiken, planten, eetbare planten (zoals paddestoelen), bacteriën (de z.g. probiotica), die op mens en dier zijn uitgetest. Gijsbert Johan Jansen promoveerde in 1994 op “The influence of oral treatment with Enterococcus faecalis on the human gut microflora and on the systemic humoral immune response”. dr Gert E. Schuitemaker:2004 The Mierlo project “Riskfactors for cardiovascular diseases in a primary care population:their interrelationships, clinical outcomes and responses to intervention” dr.Soerjomataram 2007 proefschrift ‘Multiple Primary Cancers in Patients with Breast and Skin Cancer’ Erasmusunversiteit
Fytotherapie Over de medicinale effecten van planten zijn bibliotheken volgeschreven. Veel reguliere medicijnen zijn van planten afkomstig, zoals Aspirine (van de wilg), digitalis (vingerhoedskruid), Taxol (taxus), maar ook de effecten van distelpreparaten en de rode zonnehoed zijn uitvoerig bestudeerd. Eveneens is OPC ("Oligomere Proanthocyanidine") al bekend sinds Columbus, de laatste 20 jaar uitvoerig onderzocht, o.a. door Prof. Mescalier. In het kader van dit boek verwijs ik naar Fred Wiegant die elders over dit onderwerp schrijft.
Voedselbeperking Over voedselbeperking is zeer veel onderzoek gedaan. Hieronder een aantal goede voorbeelden.
Microbiologische therapie, ook symbiontentherapie of probioticatherapie genoemd
Ook hierbij is vanaf begin 20e eeuw een stroom aan artikelen en goede ervaringen op gang gekomen, ervaringen die meer recent ( de laatste 20 jaar), ondersteund worden door onderzoek in gerenommeerde instituten door mensen met naam, zoals we enkele malen recent hebben kunnen meemaken op congressen in het Gebouw der Wetenschappen in Amsterdam Er zijn klinische studies gedaan en gaande, onder andere in samenwerking met Orthica, en het heeft er de schijn van dat deze vorm van therapie door de reguliere geneeskunde overgenomen gaat worden, in plaats van dat de door patiënten gewenste integratie ingezet wordt. Enige voorbeelden van medisch onderzochte toepassingen zijn: verlaging van kans op infecties bij kinderen, ontgiften van schimmeltoxine ochratoxine A, binding van aflatoxine, metaboliseren (omzetten) van ureum in aminozuren, immunostimulans bij bestraling en chemotherapie en diarree. De FAO (The Food and Agriculture Organisation of the UN) erkent het therapeutisch effect van probiotica bij diverse vormen van diarree (door antibiotica, reizigersdiarree, infectieuze diarree (Rotavirus) en voedselinfecties), constipatie, Inflammatory Bowel Disease, Irritable Bowel Syndrome en Helicobacter Pylori infectie.
In het tijdschrift Alcohol kunnen we lezen: Probiotica herstellen de darmflora en verbeteren de leverenzymen in geval van alcohol geïnduceerde leverletsels bij de mens (Alcohol 2008;42 (8): 675-82. Kirpich IA, et al.).
Probiotica en kanker De vermelde relevante publicaties zijn overgenomen van de lijst van het NGOO, het Nederlandse Genootschap voor Orthomoleculaire Onkologie. Website: www.ngoo.nl en betreffen de al of niet succesvolle (mede)behandeling van kanker met bacteriën. Ik geef eerst weer twee voorbeelden · Aso Y, Akaza H, Kotake T, Tsukamoto T, Imai K, Nalto S. (1995) Preventive effect of a Lactobacillus casei preparation on the recurrence of superficial bladder cancer in a dubble-blind tial. The BLP Study Group; Eur Urol 1995 ; 27 : 104-109. Hierin wordt bij blaaskanker een significant therapeutisch effect van een melkzuurbacterie aangetoond. Dit onderzoek was tevens dubbelblind. Het therapeutisch effect behelsde hier een significant langere ziekte-vrije periode indien de melkzuurbacteriën gebruikt werden · 41) Okawa T e.a. (1993) Effect of Ic9018 combinde with radiation therapy on carcinoma of the uterine cervix. A phase III, multicenter, randomized, controlled study; Cancer 1993 : 72 : 1949-54 ; Melkzuurbacteriën verbeteren in gerandomiseerd onderzoek de relapse-free survival en de survival in geval van een cervixcarcinoom significant. (relapse=terugval)
Verdere wetenschappelijke publicaties inzake probiotica en kanker 42) Okawa T et al ; Cancer 1989 ; 64 : 1769-76 : melkzuurbacteriën verbeteren in gerandomiseerd onderzoek het resultaat van radiotherapie bij cervixcarcinoompatiënten 108) Masuno T et al ; Cancer 68 : 1495-500 ; 1991 ; met een melkzuurbacterie extract blijkt er in een gerandomiseerde opzet met doxorubicine bij longkankerpatienten significant vaker een regressie op te treden dan met doxorubicine alleen en blijkt in de melkzuurbacteriegroep ook de overleving aantoonbaar langer te zijn.
133) Urbancsek H et al ; Eur J Gastroenterol Hepatol 13 : 391-6 ; 2001 ; Melkzuurbacteriën verminderen in dit gerandomiseerde onderzoek de bijwerkingen van bestraling in het buikgebied.
274) Roszkowski K et al ; J Cancer Res Clin Oncol 109 : 72-109 ; 1985 ; Propionibacterium granulosum verbetert bij het kleincellig longcarcinoom de remissieduur door chemo en vermindert ook myelosuppressie door de chemo en het daar aan gerelateerde aantal infecties. 276) Peters KM et al ; Onkologie 13 :124-7 ; 1990 ; Propionibacterium avidum blijkt althans in dit kleinschalige onderzoek bij operatie wegens maagkanker geen invloed te hebben op de kans op complicaties ; ook was er geen effect op de ziektevrije overleving en de overleving sec.
303) Unger C et al ; Arzneimittelforschung 51 : 332-8 ; 2001 ; een extract van E-Colibacterien vermindert de bijwerkingen van 5-FU bij vergevorderde darmkanker aantoonbaar ; in de groep met het E-Coliextract was de regressiekans en de overleving niet significant beter dan in de controle-groep. 351) Bjornsson S et al ; Cancer Treatment Rep 62 : 505-10 ; 1978 ; Corynebacterium parvum verbetert de overleving van longkankerpatiënten stadium 3 ; BCG doet dat in dit onderzoek niet. 382)Lipton A et al ; Cancer 51 : 57-60 ; 1983 ; Als adjuvans vermindert Corynebacterium parvum de recidiefkans bij melanoompatiënten stadium 2 ; niet in stadium 1 ; BCG bleek in dit onderzoek in het geheel geen effect op de recidiefkans te hebben.
353) O’Brien ME et al ; Br J Cancer 83 : 853-7 ; 2000 ; Een extract van gedode Mycobacterium vaccae verbetert in gerandomiseerd onderzoek de overleving van patiënten met een niet-kleincellig longcarcinoom dan wel een mesothelioom, die chemo/bestraling krijgen ; ook de slaap en de eetlust waren in Mycobacterium vaccae-groep beter.
370) Fritze D et al ; Klin Wochenschr 60 : 593-8 ; 1982 ; Corynebacterium parvum (subcutaan op dag 1 van de chemo) blijkt in een gerandomiseerd onderzoek bij patiënten met borstkanker, die chemo kregen remissieduur en overleving niet significant te verbeteren ; wel was het zo dat patiënten die op de eenmalige inenting met zweervorming reageerden aantoonbaar veel langer leefden.
417) la Cour Petersen E et al ; Cancer Immunol Immunother 16 : 88-92 ; 1983 ; Corynebacterium parvum verlengt de remissieduur door chemo bij patiënten met myeloide leukemie niet significant ; wel wordt het leven in de Corynebacterium parvum-groep i.t.t. wat de schrijvers menen wel significant verlengt (4-6 maanden). Ademhalingstherapie, beweging, massage en hydrotherapie Van ademhalingstherapie, een onderdeel van veel meditatietechnieken, weten we dat het ziekteverzuim hierdoor dusdanig afneemt dat enkele zorgverzekeraars polissen voor een gereduceerd bedrag aanbieden wanneer de patiënt aan transcendente meditatie doet. Het effect op de activiteit van bepaalde hersengolven is aangetoond. Beweging is inmiddels door veel artsen overgenomen om de conditie van de patiënt te verbeteren, gewichtsreductie mogelijk te maken en als therapie voor diabetes type II. Oude waarheden in nieuwe jasjes, ondersteund door wetenschappelijk onderzoek. Massage en hydrotherapie, vaste onderdelen van de fysiotherapie, onderwezen als paramedisch vak (net als dieetist), uiteraard niet dubbelblind te bewijzen, net zoals dat met chirurgie niet kan, maar wel door reguliere medici voorgeschreven en als effectief ervaren door patiënten · -Singh V et al 1990 Effect of yoga breathing exercises(pranayama) on airway reactivity in subjects with asthma. Lancet 335: 1381-1383. Placebo-controlled study in 18 patients who had practised yoga breathing for one week, required a significantly increased dose of histamine to induce a 20% reduction in FEV1 · -Girodo et al 1002 Deep diaphragmatic breathing: rehabilitation exercises for the asthmatic patient. Archives of Physical Medicine and Rehabilitation 73(8): 717-720 Sixty-seven asthmatic adults were randomly assigned to deep breathing, physical exercise or a waiting list. Deep breathing resulted in significant reductions in intensity of symptoms and medication use and a 300% increase in time spent in physical activities.
Evidence Based Medicin (EBM) Evidence Based Medicin wordt beschouwd als neusje van de zalm van de validiteitstoetsing. In 2000 Beschreven Sacket e.a. de aard van deze beoordelingsmethode als volgt: 1) Het best beschikbare bewijs (voor alle beschikbare therapiëen) 2) Voorkeur en wensen van de patiënt 3) Klinische ervaring en expertise van de therapeut In een antroposofisch tijdschrift noemde een internist de manier waarop heden ten dage de EBM wordt gehanteerd een geperverteerde manier: de wensen en voorkeur van de patiënt wordt vaak geheel niet betrokken bij de behandeling en ook de klinische ervaring en expertise van de therapeut lijkt geen rol te spelen bij discussies over EBM, waarbij het dubbel blinde, gerandomiseerde, enz. de enige weg lijkt te zijn. Dat mag misschien bij het onderzoeken van medicatie het geval zijn, de rol van de heelmeester is hierbij geminimaliseerd om het onderzoek objectief te houden. Een object is een ding en veel alternatieve artsen hebben er moeite mee hun patiënt als een ding te zien. Het voorgaande oerwegend, zal er nog flink wat water door de Rijn stromen eer er wezenlijk met EBM alternatieve geneeskunde wordt onderzocht. Artsen voor natuurgeneeskunde voldoen in elk geval aan deze vereisten. Conclusie De al eerder genoemde therapeutische maatregelen van de eerste orde in de natuurgeneeskunde bestaan uit: voedingstherapie, vastentherapie, drainage, darmreiniging, Ashnermethoden (koppen zetten, aderlaten, bloedzuigers, Spaanse vliegpleisters), ademhaling, beweging, massage, hydrotherapie, eigen-bloedtherapie, microbiologische therapie, fytotherapie en orthomoleculaire voedingstherapie. Uit het voorgaande overzicht is gebleken dat hiervan voedingstherapie, vastentherapie, inclusief of additief darmreiniging, ademhaling, beweging, massage, hydrotherapie, microbiologische therapie, fytotherapie en orthomoleculaire voedingstherapie wetenschappelijk onderbouwd zijn of op zijn minst op een gelijkwaardige wijze aan de reguliere geneeskunde/behandelwijze hun werkzaamheid is aangetoond. Er blijven dan nog over:drainage, Aschnermethoden en eigen bloedtherapie, methoden vanuit het humoraal denken en zij kunnen vermoedelijk enkel met nieuwe methoden optimaal worden vervolgd. Er zijn sterke aanwijzingen dat ‘Umstimmung”, een in Duitsland bekend begrip, plaats vindt via de hypothalamus. Bij het zogenaamde ontgiften, dat in rust via het parasympatische zenuwstelsel gestuurd wordt, speelt deze Umstimmung een belangrijke rol. Wij gebruiken we dit fenomeen om zieken te helpen genezen. De Aschnermethoden zijn aan de vergetelheid ontrukt door Dr B. Aschner, privaatdocent aan de Universiteit van Wenen, en betreft de constitutietherapie. Onder zijn therapieën bevinden zich enkele die nu ook nog in China worden toegepast, bij de TCM, (Traditionele Chinese geneeskunde). De toepassing van de bloedzuigers is heden ten dage te vinden na hand/vingerchirurgie, waardoor minder infecties, een betere doorbloeding en een fraaiere wondgenezing plaatsvindt. Het aderlaten wordt in het ziekenhuis toegepast bij de ziekte polycyaemia vera, om ijzerstapeling te voorkomen. In de natuurgeneeskunde zijn er enkele andere indicaties, waarop andere Ashner methoden uitstekend kunnen worden ingezet. Als voorbeeld mag gelden: Spaanse vliegpleister (Cantharide) of bloedzuiger bij tonsillitis. De eigenbloed therapie kan ingezet worden als (a-) specifieke prikkeltherapie bij bijv eczeem. In de reguliere geneeskunde zie je dat een dergelijk fenomeen zich kan voordoen bij het geven van antibiotica bij griep of het blaasspoelen met BCG bij blaaskanker. In het algemeen kan echter worden gesteld dat niet alle therapeutische methoden optimaal wetenschappelijk zijn onderzocht. Dat hebben we gemeen met onze reguliere collega’s, die er in ongeveer 80% van hun behandelingen eveneens van uitgaan dat wat helpt, ook helpt als het nog niet aangetoond is. Uiteraard zijn artsen voor natuurgeneeskunde net zo benieuwd naar het zo objectief mogelijk vaststellen van de werkzaamheid van een methode als bijv. de huisartsen of de verslavingsartsen, die allen via het “best practice”principe te werk gaan. Er is aangetoond dat er meer werkzaam is dan in dit artikel samengevat kon worden. Maar laten de positieve onderzoeken ons stimuleren verder te werken en onze ervaringen volgens hedendaagse criteria nader te valideren.
Literatuur vasten en reuma
Literatuur voedselbeperking
Literatuur
Literatuur algemeen over vasten
Literatuur psychologische en methodologische aspecten
Powered by JoomlaCommentCopyright (C) 2006 Frantisek Hliva. All rights reserved.Homepage: http://cavo.co.nr/ |
||
|
|
| Bezoekers? |
|---|
| We hebben 39 gasten online |
|
Onze sponsor
Uw advertentie hier? |
|
|
|
|
van complementaire behandelwijzen. Alle rechten voorbehouden.
