Grootste objectieve website voor
 complementaire en alternatieve geneeskunde
Beoordeling
Definities
Maatschappij
Kosteneffectief
Science
Onderwijs
Student
Politiek
Gezondheidscolumn
Ziekten
AIDS en HIV
Alzheimer
Angst en Depressie
Artrose
Astma
Beroerte
Burnout
Candida
Cholesterol
Chronische pijn
Crohn
Depressie
Diabetes
Dystrofie
Eczeem
Fibromyalgie
Hartproblemen
Hoge Bloeddruk
Hooikoorts
Kanker
Migraine en hoofdpijn
Multiple sclerose
Parkinson
Prostaatvergroting
Reuma
RSI
Slaapproblemen
Vermoeidheid
Vrouwenziekten
Meest gebruikte behandelwijzen
Acupunctuur
Manuele Therapie
Supplementen
Homeopathie
Fytotherapie
Natuurgeneeswijze
Antroposofie
Andere behandelwijzen
Energetisch
Bioresonantie
Traditioneel
Biologisch
Manipulaties
Lichaamswerk
Meditatie
Hypnose
Yoga
Qigong
Biofeedback
Overige
Boekbespreking
Spreuken
Tegengif
Documenten
TV programma Uitgedokterd
Engish Articles
DISCLAIMER
Home arrow Complementaire behandelwijzen arrow Science arrow Theorieen veranderen, effect niet
Theorieen veranderen, effect niet
Share |
Ieder 20 jaar worden theorieen over de oorzaken of werkingsmechanismen van  een bepaald ziektebeeld herzien. Maar vaak zijn daarbij de therapeutische resultaten niet anders dan die van ongeveer 50 jaar geleden. Als voorbeeld wordt hier depressiviteit vermeld.

In de jaren 60 van de vorige eeuw verbeterde eenderde van de patiënten door placebo en tweederde door de actieve stof. Deze verhouding is na 50 jaar ongewijzigd gebleven. Wel zijn de hypotheses veranderd. Halverwege de jaren 60 is de monoaminehypothese voor depressie gelanceerd, vanwege het positieve effect van monoamineoxidase-remmers op depressie. De mate van monoamineoxidase in het lichaam of de daaraan gerelateerde stoffen, konden niet gebruikt worden als diagnosticum voor depressie. Dit leidde een aantal jaren later tot de geboorte van een andere hypothese: de stress-cortisol hypothese. Ook deze theorie hield geen stand.[1] In de jaren negentig werd gehypothetiseerd dat depressiviteit het gevolg was van een serotoninetekort. [2] Hierdoor werd een nieuwe groep farmaca, de SSRI’s, ingezet en onderzocht bij depressie.

Heden te dage is de hypothese dat cytokines een rol spelen in het ontstaan van depressie, zodat daarbij ontstekingsremmers ingezet zouden kunnen worden.[3]

Het moge aldus duidelijk zijn dat ieder decennium de werkingshypothesen betreffende een bepaald ziektebeeld kunnen veranderen, maar dat medicijnen die hun effect ontlenen aan het nieuwe gehypothetiseerde werkingsmechanisme niet effectiever behoeven zijn dan de al oudere medicijnen, die geënt waren op de oude hypotheses. Kruiden, die vaak beschouwd worden als complementaire therapie kunnen evenwel effectiever zijn dan de gangbare middelen, zoals Sint Janskruid bij depressies. Sint Janskruid werkt beter dan de moderne antidepressiva (SSRI’s), omdat het effect gelijk is aan dat van een SSRI, maar het is veiliger zoals is onderzocht door de cochranegroep, de kerk van Evidence based medicine.[4] Voorts verdient vermelding dat reeds aan een aantal complementaire therapieën duidelijk consistente verklaringsmodellen ten grondslag liggen die getoetst zijn met dierexperimentele en humane studies, zoals acupunctuur. Zo werd acupunctuur duizenden jaren geleden aanschouwelijk gemaakt vanuit een metaforisch verklaringsmodel, en werd het effect van acupunctuur op het menselijk lichaam vergeleken met de natuur om de Chinezen heen. Thans is echter met behulp van de moderne onderzoekstechnieken een westerse verklaring voorhanden voor het werkingsmechanisme van acupunctuur. Verscheidene neurotransmitters, zoals endorfines, enkefalines, serotonine en dopamine worden in het lichaam vrijgemaakt door het aanprikken van een acupunctuurpunt, en verminderen aldus de gewaarwording van de pijnprikkel.[5]

Ook met dit voorbeeld wordt dus inzichtelijk gemaakt dat de evolutie van verklaringsmodellen voor complementaire en reguliere behandelwijzen zich langs dezelfde patronen voltrekken.


Referenties

[1]: Belmaker RH. | The future of depression psychopharmacology. | CNS Spectr. | 2008 Aug;13(8):682-7.
[2]: Owens MJ, Nemeroff CB. | Role of serotonin in the pathophysiology of depression: focus on the serotonin transporter. | Clin Chem. | 1994 Feb;40(2):288-95.
[4]: Linde K, Berner MM, Kriston L. | St John's wort for major depression. | Cochrane Database Syst Rev. | 2008 Oct 8;(4):CD000448.
[5]: Cabýoglu MT, Ergene N, Tan U. | The mechanism of acupuncture and clinical applications. | Int J Neurosci. | 2006 Feb;116(2):115-25.

Share |

Commentaar
Schrijf commentaar
Naam:
Onderwerp:
Security Image

Powered by JoomlaCommentCopyright (C) 2006 Frantisek Hliva. All rights reserved.Homepage: http://cavo.co.nr/

 
© Copyright 2012 Stichting voor innovatief onderzoek en onderwijs
van complementaire behandelwijzen. Alle rechten voorbehouden.