|
Professor Smalhout blijft scherp. We willen jullie niet zijn visie onthouden, gepubliceerd in de Telegraaf op 15 oktober 2005.
De Vereniging tegen de Kwakzalverij heeft een schertsprijs uitgeloofd voor personen of instellingen die het meest hebben bijgedragen tot de toepassing, bevordering of ondersteuning van alternatieve vormen van geneeskunde. Dit dagblad, met z’n medisch redacteur René Steenhorst, is een der genomineerden. De Vereniging tegen de Kwakzalverij, die al bestaat sinds 1881, heeft als voorzitter de gynaecoloog dr. C.N.M. (Cees) Renckens. Hij is vorig jaar zelfs gepromoveerd op het onderwerp kwakzalverij. Ofschoon ieder weldenkend mens kwakzalverij als vorm van medische oplichting zal afkeuren, heeft Cees Renckens zich geleidelijk ontwikkeld tot de grootinquisiteur in het land van de alternatieve geneeskunde. Hij onderscheidt daarbij slechts twee kleuren: namelijk wit en zwart. Wit is de officiële geneeskunde die berust op wetenschappelijk onderzoek. De alternatieve geneeskunde is meer gebaseerd op niet-wetenschappelijk bewezen ervaringen. Kwakzalverij vierde hoogtij van voor de Middeleeuwen tot in de negentiende eeuw toe. Dat was ook wel begrijpelijk daar de officiële geneeskunde in al die eeuwen de zieke mens niet zoveel te bieden had. Immers, de geneeskunde zoals wij die thans kennen, is amper 150 jaar geleden aan haar opmars begonnen en in haar huidige vorm pas zestig jaar oud.
Bedriegers Maar de zieke mens heeft al sinds de oudste tijden wanhopig gezocht naar genezing van kwalen en ziekten en menigeen vluchtte in de fuik van bedriegers die aan de ellende van patiënten grof geld verdienden. Dat dit soort oplichters nog steeds bestaat, is onder meer vier jaar geleden aangetoond door het vreselijke ziekbed en de tragische dood van de talentvolle actrice Sylvia Millecam. Ze leed aan borstkanker, weigerde zich aan een reguliere medische behandeling te onderwerpen en werd door kwakzalvers naar het graf geleid.
Tot zover is de rigoureuze strijd van Cees Renckens tegen kwakzalverij geheel begrijpelijk, omdat de moderne geneeskunde wel degelijk Sylvia een redelijke kans op genezing had kunnen bieden. Maar de fanatieke dokter Renckens is thans bezig het koren met het kaf weg te gooien. In Nederland vinden per jaar ruim vijf miljoen alternatieve consulten plaats. Ongeveer 6 procent van de Nederlanders, vooral in de grote steden, gaat naar een alternatieve genezer. Aderlaten
Er zijn ruim honderd alternatieve vormen van geneeskunde. Bekend zijn onder meer homeopathie, acupunctuur, enzymtherapie, iriscopie, celtherapie, hydrotherapie, manuele therapie, enzovoort. Het blijkt echter dat er tussen de duizenden alternatieve therapeuten zich vele artsen bevinden. Die worden door dr. Renckens verketterd. Maar dat is veelal niet terecht.
Onze zo hoog geprezen officiële geneeskunde heeft wel degelijk ook haar grenzen en beperkingen.En lang niet altijd zijn zoektochten buiten de strenge grenzen van de officiële medische wetenschap zinloos. Heel veel technieken en geneesmiddelen die thans dagelijks overal ter wereld worden toegepast, zijn afkomstig uit wat vroeger de kwakzalverij heette. Voorbeelden daarvan zijn onder meer de kinine tegen malaria, aspirine (salicylzuur) tegen koorts, digitalis (vinger-hoedskruid) bij hartkwalen en het reeds sinds de Middeleeuwen door barbiers toegepaste aderlaten. Dit laatste wordt, zij het in moderne vorm, toegepast om bijvoorbeeld de weefsel-doorstroming te verbeteren in hart en hersenen. Verdund bloed stroomt namelijk beter dan geconcentreerd bloed. De Nederlandse anesthesioloog dr. H. Goslinga heeft dat principe al sinds 1986 met succes toegepast bij de behandeling van o.m. herseninfarcten. Een kwalijke zaak is, dat vijf jaar geleden dr. Cees Renckens een lijst van de in zijn ogen ergste kwakzalvers heeft gepubliceerd. Daarop staan verscheidene uiterst toegewijde artsen die de moed hadden een eigen weg te volgen. Zoals de hartchirurg Peter van der Schaar en de uitvindster van de orthomanuele therapie dr. Mayta Sickesz. Beiden krijgen dagelijks patiënten die door de officiële geneeskunde zijn afgewezen. Omdat men dacht dat hun klachten ingebeeld waren of omdat de reguliere artsen er niets aan konden doen. Als een patiënt dan te horen krijgt ’dat hij er maar mee moet leren leven’ of dat de problemen ’tussen de oren zitten’, is de stap naar een ander soort geneeskunde zeer wel begrijpelijk. Blinde ogen De medische fundamentalisten van de Vereniging tegen de Kwakzalverij richten thans dus ook hun pijlen op de re-dactie van dit dagblad. En dat alleen om-dat de medisch redacteur René Steenhorst, die zelf kwalijke kwakzalverij verfoeit, enige alternatieve therapeuten in zijn rubriek aan het woord heeft gelaten. En daarmede verandert een nobel doel in een vorm van heksenjacht. Wellicht is het interessant de mening van dr. Renckens te horen over de meest beroemde kwakzalver aller tijden. Die behandelde onge-veer tweeduizend jaar geleden een blind geboren man. Hij spuwde op de grond en maakte daarmee modder. Dat slijk smeerde hij op de blinde ogen. Toen gaf hij aan de patiënt het advies om diens ogen te wassen in de stadsvijver. Toen de blinde dat deed, kon hij plotseling zien, tot grote verontwaardiging van de officiële hotemetoten uit die tijd. De naam van de alternatieve therapeut was Jezus van Nazareth. En de patiënt zei tegen de boze autoriteiten: „U weet misschien niet waar hij vandaan komt, maar mij heeft hij de ogen geopend.” Het volledige verslag is te lezen in Johannes 9:1-41. Zou ook deze alternatieve therapeut van Cees Renckens postuum de Meester Kackadorisprijs krijgen?
|