Bij verslaving denken mensen al snel aan illegale drugs, zoals cocaïne of heroïne. Jaarlijks komen er wereldwijd duizenden verslaafde patiënten bij, niet door middelen van de straat, maar door die welke zijn voorgeschreven door medici. Het gaat hier om een relatief nieuw fenomeen: de iatrogene verslavingen.
Iatrogene verslavingen in historisch perspectief
Iatrogene verslavingen zijn: verslavingen die deels veroorzaakt en in stand gehouden worden door medisch handelen. De term iatrogeen is afgeleid van het klassieke Grieks, waarin iatros = arts en - geen - gemaakt door. De eerste echte beschrijvingen van dergelijke verslavingen deden zich in de 19e eeuw voor, toen de eerste opiaten op de markt verschenen. [1]
Opium is de verzamelnaam voor verschillende opiaten, en wordt verkregen uit de papaverplant (papaver somniferum). Een bekende opiaat is morfine, die na ontdekt te zijn door Friedrich Stürner in 1806, vanwege zijn pijnstillende karakter een brede toepassing kreeg bij medische aandoeningen. Al snel bleek dat het naast een stimulerende werking op pijninhibitie en een plezierige gemoedstoestand, ook zeer verslavend was. Niet alleen patiënten, maar ook medici die het voor privégebruik toepasten, moesten de verslavende werking ervan ondervinden.
Benzodiazepines
Andere vormen van medicatie, die in het kader van iatrogene verslavingen de afgelopen eeuw hun kop hebben opgestoken, zijn de barbituraten en benzodiazepines. Beiden staan bekend als slaap- en kalmeringsmiddelen. De benzodiazepines wonnen snel aan populariteit, omdat ze in tegenstelling tot barbituraten, minder lichamelijk en geestelijk verslavend waren en overdosering praktisch onmogelijk was. [2]
Bekende benzodiazepines zijn diazepam (valium) en chloordiazepoxide (librium). Tegenwoordig worden slaap- en kalmeringsmiddelen veelvuldig voorgeschreven door medici aan mensen die last hebben van zenuwen, stress, angst, oververmoeidheid of tobberigheid. Ze verdoezelen het onaangename gevoel van de patiënt en zorgen voor een rustiger gevoel, maar nemen het onderliggende probleem niet weg. Ook benzodiazepines kunnen lichamelijk en geestelijk verslavend werken. [3]
Naar schatting slikken tegenwoordig 1,8 miljoen mensen in Nederland slaap- en kalmeringsmiddelen, waarvan er 700.000 aan verslaafd zijn. Naast de onderliggende problematiek waarvoor de patiënten in eerste instantie de middelen gebruikten, kregen ze er dus een probleem bij. Als het probleem niet bij de wortel wordt aangepakt door de patiënt, behandelend therapeut of huisarts, zal het aantal verslaafden aan benzodiazepines waarschijnlijk alleen maar toenemen.
De ziekte van Parkinson
Een specifieke groep patiënten waarbij de iatrogene verslavingsproblematiek een ingewikkelde rol speelt, zijn Parkinsonpatiënten. Mensen met de ziekte van Parkinson hebben een tekort aan dopamine. Hierbij is vooral het nigrostriate circuit betrokken en bevindt zich in het middengedeelte van de hersenen. Het loopt van de Substantia nigra naar de primaire motorische cortex in de frontale hersengebieden, en maakt beweging van het lichaam mogelijk. Dopamine speelt hierin een belangrijke rol als signaalstof. Het tekort aan dopamine wordt veroorzaakt door degeneratie van neuronen in de substantia nigra. Hierdoor ontstaan de motorische stoornissen die zo kenmerkend zijn voor mensen met de ziekte van Parkinson.
Tegenwoordig is bekend dat dopamine niet alleen betrokken is bij beweging van het lichaam, maar ook bij het voelen van emoties, en in het bijzonder gedrag dat bepaald wordt door beloning en straf. Het gaat hier om het limbische systeem, een verzamelnaam voor alle hersengebieden die betrokken zijn bij de totstandkoming van emotioneel en motivationeel handelen. Bij Parkinsonpatiënten kan ook dit systeem aangetast worden en leiden tot mentale stoornissen zoals spanning, angst en depressie.
Dopamine, medicatie en dwangstoornissen
Recente studies laten een verband zien tussen hersengebieden in het limbische systeem, medicatie, en het ontstaan van iatrogene verslavingen bij Parkinsonpatiënten. In dit geval betreft het de obsessive compulsive disorder (OCD), ofwel dwangstoornis. [4]
Voorbeelden van dwangstoornissen zijn gok-, koop-, en seksuele verslavingen. De prevalentie van gokverslaving bij Parkinsonpatiënten is acht keer zo hoog als bij de normale bevolking, waar dit 1% is. [5] [6] [7]
In de DSM IV wordt een gokverslaving geclassificeerd als een ongepaste en aanhoudende drang tot gokken, wat gevolgen heeft op persoonlijk vlak, gezinsleven en werk. Voor koop- en seksverslavingen geldt precies hetzelfde. Mensen die gevoelig zijn voor dergelijke verslavingen, zijn in feite gevoelig voor de werking van dopamine. Bij het uitvoeren van hun verslaving komt er dopamine vrij in de hersenen, met name in het limbische systeem, en dit zorgt voor een prettig gevoel. Ze worden in zekere zin door hun eigen hersenen beloond voor hun gedrag. Drugs als cocaïne en medicatie zoals Ritalin vertragen de recycling van dopamine, waardoor een overstimulatie van dopaminebanen in het limbische systeem plaatsvindt. Deze drugs stimuleren eveneens zogeheten opiaatreceptoren. Hun cellen hebben de eigenschap dat zij de inhiberende werking van bepaalde neurotransmitters (zoals GABA) opheffen. Ook in dit geval is het effect een prettig en euforisch gevoel.
Bij Parkinsonpatiënten met dwangstoornissen is sprake van dezelfde overstimulatie van dopaminebanen. De oorzaak: excessieve concentraties dopamine in de hersenen, veroorzaakt door medicatie. Het tekort aan dopamine bij Parkinsonpatiënten wordt aangevuld met medicijnen zoals levodopa, dat de bloedbreinbarriére kan passeren en in de hersenen wordt omgezet in dopamine. Een andere groep medicijnen zijn de dopamineagonisten, die aangrijpen op dopaminereceptoren in de hersenen en zo de werking van dopamine imiteren.
Alleen in Nederland kampen volgens recente wetenschappelijke rapporten, honderden, zo niet duizenden Parkinsonpatiënten door hun medicatie met gok-, koop-, eet- en seksverslaving. Mede dankzij (inter)nationale media-aandacht zijn de soms desastreuze bijwerkingen tot nu toe slechts in kleine kring bekend geworden. Helaas zijn deze feiten nog niet overal bekend. Schaamte en ontkenning zorgen er voor dat dergelijke patiënten te lang onbehandeld en onbegrepen blijven.
De dokter schrijft geneesmiddelen voor die, door de in de wetenschappelijke literatuur bekende dopaminewerking, sterk inwerken op het beloningssysteem. Op deze wijze zorgt dopamine dus voor zowel motorische vrijheid als verslavingsgebonden gedrag. Hierdoor komt ook de rol van de voorschrijvende medische specialist sterk naar voren.[8]
Kort door de bocht wordt door sommigen wel gesteld dat de dokter als dealer functioneert. Dit omdat het hier gaat om middelen die een bepaalde roes opwekken. In deze roes worden dan handelingen verricht die men ook kent uit verslavings- verhalen uit de drugs- en alcoholscene.
Mede met dank aan Hans Bogers
|